Aanbidding(2)

We hebben kennis gemaakt met een boer die in het weekend naar de grote stad ging en daar een kerk bezocht. We hebben zijn ervaring gelezen.

NU DE ANDERE KANT:
Een jonge man die pas christen was, ging meestal naar de plaatselijke gemeente; op een weekend bezocht hij echter een klein dorpskerk. Toen hij thuis kwam, vroeg zijn vrouw hoe het was geweest.
`ja` zei de jonge man, `goed. Een ding deden ze wel anders. Ze zongen gezangen in plaats van de gebruikte liederen.`
`Gezangen`, zei de vrouw, `wat zijn dat?`
Ò, ze zijn wel mooi. Het zijn een soort liederen, maar dan anders`. Zei de jonge man.
`Wat is daar dan anders aan?` vroeg zijn vrouw.
De jonge man zei: `Nou kijk, als ik tegen jou zou zeggen:
“Martha, de koeien staan in het mais”, dan zou dat een lied zijn. Maar als ik tegen je zou zeggen:

O Martha, dierb`re Martha, hoor mijn geroep
Neig uw oor tot de woorden van mijn mond.
Wend uw gehele wonderbare oor
Tot de zuivere, heerlijke waarheid terstond.

Want wie doorgrondt de weg der dieren?
Bij hen is begrip noch verstand,
Zij koesteren zich in Gods zon of regen
In het zoete, bekoorlijke mais op het land.

Deze mijn koeien hebben met weerspanning behagen
Hun ketenen afgeschud, versmaad hun warme stal.
En gedreven door duistere machten die hen schragen
Zich tot het mais begeven – o Lot, bitterden dan gal!

Hef daarom uw hoofd op, want die dag zal genaken
Dat alle schepselen leven in vrede en pais.
Dan zal geen dier meer mijn ziel smart`lijk raken
En zie ik geen smaad`lijke koeien in het mais.

En als ik dan alleen het eerste, derde en vierde vers zou doen, met een toonsoortwisseling voor het laatste vers, dan heb je dus een gezang.
Anoniem

Bron: uit het boek: Peper en Zout van J.John en Mark Stibbe

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.