Ik Ben De Opstanding en Het Leven

De “Ik ben” uitspraken Van Jezus Christus! -5-
Hij zei tot hen: Maar jij, wie zeg jij, dat Ik ben?
Mattheüs 16:13 t/m 15

MAAR WAT ZEGT JEZUS EIGENLIJK OVER ZICHZELF?

In zeven verschillende uitspraken vinden we in het evangelie naar Johannes de verklaring van Jezus ‘Ik ben’/ ἐγὼ εἰμί (egō eimi):

Vandaag: ‘Ik ben de opstanding en het leven’ (Johannes 11:25)
Twee woorden om dieper op in te gaan: `De Opstanding` en `Het Leven`.

De opstanding en het leven zijn dus eigenschappen van God, het wezen van God, zo is Hij.
Laten we de woorden van dichtbij gaan bekijken.

Het Woord Opstanding is in het Hebreeuws: תחיית המתים
We lezen van links naar rechts: Tav, Chet, Jod, Jod, Chet, Hè, Mem, Jod en de Mem.

Hebreewse betekenis Thaw / Tav = Zegel, teken.
Geestelijke betekenis = Zegel, teken van verbond, verbond, handtekening.
Getalswaarde Thaw / Tav = 400.
Deze letter is al behandeld in studie 3.

Ik Ben De Deur der schapen

Hebreeuwse betekenis Chet is omheining, omtuining, tentmuur, hek.
Geestelijke betekenis zou je kunnen omschrijven als; blokkade, begrenzing, bescherming.
Getalswaarde Chet is 8
Deze letter is al behandeld is studie 1

`Ik Ben Het Brood des Levens`


Hebreeuwse betekenis van de Letter Jod is hand, arm.
Geestelijke betekenis: daden, acties, heilrijke rechterhand.
Getalswaarde 10.

Wat heeft `De Opstanding` met hand en arm te maken?
God is toch Geest? Maar het uur komt, en is nu, wanneer de ware (echte) aanbidders de Vader aanbidden zullen in geest en waarheid; want de Vader zoekt ook die aanbidders, die Hem zo aanbidden. God is een Geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid. Johannes 4:23 en 24

Natuurlijk is dit helemaal waar! Maar er is nog een waarheid!
En buiten allen twijfel, de verborgenheid van de godzaligheid is groot: God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in den Geest, is gezien van de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid. 1 Timoteüs 3:16

God heeft Zich geopenbaard (laten zien) als Mens! Een mens met armen en handen. 😉
Nu is er nog een tweede mogelijkheid en dat is de spreekwoordelijke arm en hand.

We vinden dit terug bij de uitspraak; Jezus is de Goede Herder.
Was Jezus schaapherder? Nee! Hij was timmerman.
Maar wij als volgelingen van Jezus worden in de Bijbel vergeleken met schapen.
En in die vergelijking is Jezus de Goede Herder!

Kom, we laten het Woord nu aan het woord.
En Ik zal jullie brengen in dat land, waarover Ik Mijn hand opgeheven heb, dat Ik het aan Abraham, Izak, en Jakob geven zou; en Ik zal het jullie geven tot een erfdeel, Ik, de HEERE! Exodus 6:7 Hier spreekt God over `Mijn hand` (spreekwoordelijk de hand van God)

En Jezus, de hand uitstrekkende, heeft hem aangeraakt, zeggende: Ik wil, word gereinigd! En terstond werd hij van zijn melaatsheid gereinigd. Mattheüs 8:3 (Letterlijk de hand van God)

Hopelijk begrijp je nu dat de hand van God zowel figuurlijk (spreekwoordelijk) als letterlijk gezien, ervaren word door heel het woord heen!

Maar laten we eerst eens verder inzoomen op het woord hand.
Met je handen kan je verschillende dingen doen. Je kan dingen vastpakken, loslaten, werken, zegenen maar ook slaan, stompen, wegduwen, gebaren maken, enz.
Dus dat God jouw en mij handen heeft gegeven daar heeft Hij goed over nagedacht! 😉

Maar de Heere Jezus dan? Wat deed Hij met Zijn handen?
JEZUS STAK (letterlijk) ZIJN HANDEN UIT DE MOUWEN!

En Jezus gekomen zijnde in het huis van Petrus, zag zijn schoonmoeder te bed liggen, hebbende de koorts. En Hij raakte haar hand aan, en de koorts verliet haar; en zij stond op, en diende henlieden. Mattheüs 8:14 en 15

En tot Hem kwam een melaatse, biddende Hem, en vallende voor Hem op de knieën, en tot Hem zeggende: Indien U wilt, U kunt mij reinigen.
En Jezus, met barmhartigheid innerlijk bewogen zijnde, strekte de hand uit, en raakte hem aan, en zei tot hem: Ik wil, word gereinigd!
En als Hij dit gezegd had, ging de melaatsheid terstond van hem, en hij werd gereinigd.
Markus 1:40 t/m 42

En ingegaan zijnde, zei Hij tot hen: Wat maakt gij beroerte, en wat weent gij? Het kind is niet gestorven, maar het slaapt.
En zij belachten Hem; maar Hij, als Hij hen allen had uitgedreven, nam bij Zich den vader en de moeder des kinds, en degenen die met Hem waren, en ging binnen, waar het kind lag.
En Hij vatte de hand des kinds, en zei tot haar: Talitha kumi! hetwelk is, zijnde overgezet: Gij dochtertje (Ik zeg u), sta op.
En terstond stond het dochtertje op, en wandelde; want het was twaalf jaren oud; en zij ontzetten zich met grote ontzetting. Markus 5:39 t/m 42

Maar Jezus, dat ziende, nam het zeer kwalijk, en zei tot hen: Laat de kinderen tot Mij komen, en verhindert ze niet; want van hen is het Koninkrijk Gods.
Voorwaar zeg Ik u: Zo wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt, gelijk een kindeken, die zal in hetzelve geenszins ingaan.
En Hij omving ze met Zijn armen, en de handen op hen gelegd hebbende, zegende Hij dezelve. Markus 10:14 t/m 16

Hier zien we dat de Heere Jezus Zijn armen en handen gebruikt om te genezen en te zegenen.volgende keer zien we dat de Heere Jezus ook andere dingen deed met zijn armen en handen…

De enige waarheid = Jezus heeft jou vrijgemaakt!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.