De Tabernakel – De Levieten(1)

Tabernakel = tent = huis = jij en ik het huis van God!
Het Heiligdom van God in de woestijn. (oude verbond)
Wat wil de Tabernakel vandaag zeggen over de Heere Jezus. (nieuwe verbond)
Gods Woord is een geheel! Het ene verbond KAN NIET zonder het andere verbond!

VORIGE KEER: God heeft dus ook vandaag aan Zijn gemeente levieten = gaven gegeven. Ten behoeve van de gemeente. Ten behoeve aan ons als priesters.

ZODAT WIJ TOT AANBIDDING ZOUDEN KUNNEN KOMEN!

WE GAAN VERDER: We gaan dit even verder bestuderen.
We maken kennis met de drie zonen van Levi.
Numeri 3:17 Dit nu waren de zonen van Levi met hun namen: Gerson, en Kahath, en Merari.

We kijken eerst naar de zoon Merari: Numeri 3:36 en 37 En het opzicht der wachten van de zonen van MERARI zal zijn over de berderen des tabernakels, en zijn richels = planken, en zijn pilaren, en zijn voeten, en al zijn gereedschap, en al wat tot zijn dienst behoort; En de pilaren van het voorhof rondom, en hun voeten, en hun pennen, en hun zelen = touwen.

De Merarieten kwamen als eerste in actie. We hebben het nu over de opbouw van de Tabernakel.
Al die andere broers Gerson en Kahath moesten blijven zitten, want eerst moest Merari aan het werk. Merari legde de basis van de Tabernakel.
Zij zijn een heel mooi beeld van de apostelen en de evangelisten in de gemeente!
Zij komen als echte Merarieten als eerste in actie! Als God dat zo aangegeven heeft, dat gaan we zo zien, dan mogen zij in hun plaats, in hun omgeving het evangelie brengen. Ze mogen apostolisch werk doen. Zij mogen de basis leggen van de gemeente! En al die andere gaven in de gemeente mogen rustig wachten, die kunnen helemaal niks doen als niet eerst die Merarieten, die apostelen hun werk hebben gedaan.

Als de Merarieten klaar waren kwamen de Gersonieten.
Numeri 3:25 en 26 En de wacht der zonen van Gerson in de tent der samenkomst zal zijn de tabernakel en de tent, haar deksel, en het deksel aan de deur van de tent der samenkomst; En de behangselen = gordijnen van het voorhof, en het voorhangsel van het voorhof, welke bij den tabernakel en bij het altaar rondom zijn; mitsgaders de zelen = touwen, tot zijn hele dienst.

De Gersonieten kwamen als tweede in actie.
Na dat de Merarieten klaar waren. Wat zij deden was bouwen op de basis. Zij zijn een heel mooi beeld van de herders in de gemeente. De gemeente kan gesticht zijn door apostelen , evangelisten, dan moet de gemeente gevoed worden, geleid worden. Gespreken gevoerd worden, met mensen gepraat worden, gebeden worden, dat is de taak van een herder. Een herder luistert ook naar mensen. Gersoniet zijn is een hele moeilijke taak. Daar zijn er heel weinig van in Nederland! We hebben heel veel gaven in Nederland, helaas zijn er NIET zo heel veel Gersonieten. Als een gemeente Gersonieten heeft is die gemeente geweldig gezegend! De gemeente kan groot zijn, de apostelen en evangelisten kunnen geweldig hun best hebben gedaan, maar als er geen Gersonieten in die gemeente zijn, die de gemeente kunnen weiden, die met de gemeenteleden kunnen praten, die naar de gemeenteleden kunnen luisteren, dan word die gemeente niet mooi.
Want de Gersonieten maakten die Tabernakel mooi met al die kleden, en bouwden voort op de basis. Het is dus heel belangrijk dat er in de gemeente Gersonieten zijn! Het is niet zo een spectaculaire dienst maar een hele elementaire dienst, bouwen op de basis, bouwen aan de schoonheid van een gemeente.

Als de Gersonieten klaar waren kwamen de Kahathieten.
Numeri 3:30 en 31 De overste nu van het vaderlijke huis der geslachten van de Kahathieten, zal zijn Elisafan, de zoon van Uzziel. Hun wacht nu zal zijn de ark, en de tafel, en de kandelaar, en de altaren en het gereedschap van het heiligdom, met hetwelk zij dienst doen, en het deksel, en al wat tot zijn dienst behoort.

De kahathieten kwamen als derde in actie.
Zij bouwden verder. Eigenlijk kan je zeggen, de Kahathieten maakten de Tabernakel af. Zij verzorgden het heilige gerei. Maar zij moesten geduldig wachten tot de Merarieten en Gersonieten klaar waren, en dan kwamen de Kahathieten.
De Kahathieten zijn een prachtig beeld van de leraars in de gemeente. Als de gemeente niet gevoed wordt gaat de gemeente dood. Een gemeente zonder Kahathieten, zonder leraars gaat dood.
Als wij niet eten sterven we, als een christen geen geestelijk voedsel eet sterf hij of zij ook!
Als een gemeente niet eet, sterft de gemeente. En dat voedsel word meestal verstrekt door de kahathieten, door de leraars. Je ziet ook dat de gemeentes die leraars hebben, en leraars uitnodigen die groeien! Groei is er alleen maar als je je laat voeden door het Woord van God!
Daar groeit de gemeente van naar God toe. Dat is ALLEEN door het Woord van God.

Maar groei in de genade en kennis van onze Heere en Zaligmaker Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, zowel nu als in de dag van de eeuwigheid. Amen. 2 Petrus 3:18

Dat opgroeien daar helpt een leviet bij!
Er zijn leraren die heel stoer zijn en alles denken te weten van Gods Woord, maar ze vergeten dat ze leviet zijn. Dat ze TEN DIENSTE STAAN van de gemeente. En dat ze TEN DIENSTE staan van de priesters.
Soms kan een leraar zo mooi over de Heere Jezus praten dat iemands hart vol word, dat hij zonder het door te hebben reukwerk van bewondering voor God brengt, dan heeft die leraar zijn werk goed gedaan. Dan heeft hij een levieten dienst gedaan, zodat de priesters tot aanbidding kunnen komen.
En dat zie je bij de Kahathieten.

En zij mochten zomaar niet aan het werk, ALLES werd gestuurd door de wolkkolom.
Wanneer het volk de wolkkolom zag, stond het op en boog zich neer.

Hoe het er ook aan toe gaat in een gemeente, het gaat ALTIJD om de heiligheid van God!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.