De Tabernakel Het brandofferaltaar

Het Heiligdom van God in de woestijn. (oude verbond)
Wat wil de Tabernakel vandaag zeggen over de Heere Jezus. (nieuwe verbond)
Gods Woord is een geheel! Het ene verbond KAN NIET zonder het andere verbond!

DE BIJBEL LEZEN IS EEN, WAT JE LEEST EN DAT TE BEGRIJPEN IS TWEE! Handelingen 8:30 en 31.

HET ALTAAR.
Het altaar waar het vuur woede.

Gij zult het altaar van Acaciahout maken (1)5 el lang en 5 el breed en 3 el hoog.Exodus 27:1
Niet alleen het offer spreekt van de Heere Jezus maar ook dat Altaar spreekt van Hem.
We gaan dat altaar van dichtbij bekijken en halen het voor je uit elkaar…

(1)Een el is ongeveer 45cm

Het altaar was zo gemaakt dat het makkelijk was af te breken en makkelijk weer was op te bouwen, zoals heel de Tabernakel en zijn toebehoren.
Zo waren ook de wanden van het altaar losse onderdelen.

Het is heel merkwaardig maar dat altaar was gemaakt van hout.
En dat hout was Acaciahout. Dat Acaciahout spreekt er van dat de Heer Jezus ECHT mens was.
Ook spreekt het van de mensheid! Het was een lelijke houtsoort, dat in de woestijn gevonden werd.
Het was een heel sterke houtsoort, met een verdraaide nerf. (Het is op zich goed om eens een uitgebreide studie te doen over dat Acaciahout. Dan zal je versteld staan van waarom alles in de Tabernakel gemaakt is van dat Acaciahout!)

De Heere Jezus toen Hij op aarde kwam was echt / 100% Mens! Geen half God, half mens zoals vele onderwijzers ons willen doen geloven. Nee Jezus was 100% Mens!
De Bijbel getuigd daar ook van in niet misverstane woorden!

Naar dat hout wordt verwezen in Jesaja 11:1
Jesaja 11:1 Want er zal een Rijsje voortkomen uit den afgehouwen tronk van Isai, en een Scheut uit zijn wortelen zal Vrucht voortbrengen.

Het gaat erom dat toen de Heere Jezus leed aan het kruis, Mens was, net als u en ik!

Jesaja 53:2 Want Hij is als een rijsje voor Zijn aangezicht opgeschoten, en als een wortel uit een dorre aarde; Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben.

(Johannes 1:1, 14, 18). Het Woord dat vleesgeworden is, is dus Jezus Christus! En dat Woord was God. Jezus Christus was (en is) God! Dat is exact wat de tekst in 1 Timótheüs 3:16 ook laat zien: “God is geopenbaard in het vlees”.

1Timotheüs 3:16 En buiten allen twijfel, de verborgenheid der godzaligheid is groot: God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in den Geest, is gezien van de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid.

Filippenzen 2:5 t/m 8 Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was; Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft God even gelijk te zijn; Maar heeft Zich zelf vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden; En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.

Lieve mensen, hier lezen we dat Jezus Christus God was en volkomen mens is geworden, ja de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen! Geen half God half Mens maar…helemaal Mens!

U zal zich misschien afvragen hoe is dat mogelijk, een brandofferaltaar van hout? Bij het eerste offer gaat dat altaar zelf ook in vlammen op!
Ja! U hebt hier een punt MAAR we lezen in Exodus 27:2 En gij zult zijn hoornen maken op zijn vier hoeken; uit hetzelve zullen zijn hoornen zijn, en gij zult het met koper overtrekken.

Dit hele brandofferaltaar is bedekt / omkleed met koper! En jullie weten dat koper bestand is tegen vuur.
En koper verteld ons iets van de Heere Jezus! LET NU GOED OP!

De Heere Jezus was net als jij en ik mens = Acaciahout, maar de Heere Jezus was zonder zonde!
Met eerbied gezegd, de Heere Jezus was omkleed met koper!
Gods oordeel is wel op Hem terechtgekomen = brandoffer, maar het kon Hem niet verteren! = omkleed met koper!

DAAROM IS HET ZO GEWELDIG DAT JEZUS CHRISTUS IN ONZE PLAATS IS GAAN STAAN!
2Korinthe 5:21 Want Dien, Die geen zonde gekend heeft (overtrokken met koper), heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.

1Petrus 2:22 Die geen zonde gedaan heeft, (Hij was overtrokken met koper) en er is geen bedrog in Zijn mond gevonden;

DOOR HET GELOOF IN JEZUS CHRISTUS BENT U OVERTROKKEN MET KOPER!
Gods brandende toorn was op Jezus Christus, en gaat aan u voorbij! GLORIE AAN GOD!

Als we het Brandofferaltaar verder uit elkaar halen dan zien we het rooster waar het vuur op woede, en al die hulpstukken, dus ook het rooster, hadden draagstokken. Die draagstokken moesten niet vastgemaakt worden aan de buitenkant maar aan het rooster. Dat is heel merkwaardig.
Dat staat niet zomaar in de Bijbel, dat heeft iets te vertellen over… vandaag!
Ook wij, jij en ik hebben iets te dragen.

Galaten 6:17 Voorts, niemand doe mij moeite aan; want ik draag de littekenen = het lijden van den Heere Jezus in mijn lichaam.

Dit betekend dat wij lijden omdat we voor Jezus uitkomen, dat we gesmaad worden, veracht, en dat mensen verdriet van ons door ons hebben. Omdat we staan voor de waarheid die in Jezus is. En dat mogen wij dragen door de kracht van de opgestane Heere Jezus Christus.

Hebreeën 13:13 Zo laat ons dan tot Hem uitgaan buiten de legerplaats, Zijn smaadheid dragende.

Dat betekend zolang wij hier op aarde zijn, moeten wij een getuige zijn van de Heere Jezus, van Diegene Die het voor ons heeft volbracht. Amen

Aantekening Websitebeheerder: Nu nog even over dat altijd brandende vuur op het brandofferaltaar.

Dat vuur was een vuur dat uit de hemel gekomen was. God heeft dat vuur op het brandofferaltaar letterlijk Zelf aangestoken.
Toen Mozes en Aäron weer uit de tabernakel naar buiten kwamen, liet God zien dat hij alles aanvaardde doordat Hij persoonlijk met vuur uit de hemel het brandoffer aan stak (zie Lev. 9:24).

Leviticus 9: 23 en 24 Toen ging Mozes met Aaron in de tent der samenkomst; daarna kwamen zij uit, en zegenden het volk; en de heerlijkheid des HEEREN verscheen al het volk. 24 Want een vuur ging uit van het aangezicht des HEEREN, en verteerde op het altaar het brandoffer, en het vet. Als het ganse volk dit zag, zo juichten zij, en vielen op hun aangezichten.

Dit vuur mocht vervolgens nooit meer uitgaan en moest worden bewaard volgens Leviticus 6:12.

Leviticus 6:12 en 13 Het vuur nu op het altaar zal daarop brandende gehouden worden, het zal niet uitgeblust worden; maar de priester zal daar elke morgen hout aansteken, en zal daarop het brandoffer schikken, en het vet der dankofferen daarop aansteken. Het vuur zal geduriglijk op het altaar brandende gehouden worden; het zal niet uitgeblust worden.

Dat vuur dat uit de hemel kwam verbrande die offers direct! Dat maakte het ook mogelijk dat er zoveel offers op een dag gebracht konden worden. En dat vuur mocht niet uitgeblust worden, dat was weer een wonder! Dat vuur dat op het brandoffer altaar bewaard, verteerde het hout niet waarmee het brandende werd gehouden, maar verteerde wel de offers die gebracht werden. Amen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.