De Tabernakel spreekt van de persoon Jezus Christus.

Het Heiligdom van God in de woestijn. (oude verbond)
Wat wil de Tabernakel vandaag zeggen over de Heere Jezus. (nieuwe verbond)
Gods Woord is een geheel! Het ene verbond KAN NIET zonder het andere verbond!

DE BIJBEL LEZEN IS EEN, WAT JE LEEST EN DAT TE BEGRIJPEN IS TWEE! Handelingen 8: 30 en 31.

Als u naar de foto kijkt van de tabernakel ziet u Een witte omheinding en binnen die omheinding is de voorhof. In die voorhof stonden 3 voorwerpen, het brandofferaltaar, het wasvat en de tempel.

DEZE TABERNAKEL SPREEKT VAN DE PERSOON JEZUS CHRISTUS!

Heel die tabernakel (het hele complex binnen de omheinding) stond midden tussen de twaalf stammen van Israël.
Hoe die stammen van Israël rondom de tabernakel waren gelegerd, was geen toeval, maar uitgedacht door God! De Bijbel spreekt over een God van orde. O.a. Jeremia 33:25

Aan de oostkant van de tabernakel lagen de stammen Juda, Issaschar en Zebulon.
Aan de westkant, Efraim, Manasse en Benjamin.
Aan de zuidkant, Ruben , Simeon en Gad.
Aan de noordkant, Dan, Aser en Naftali.

Waarom stond die Tabernakel daar tussen de stammen van Israël in de woestijn?

Daarvoor moeten we even terug in de geschiedenis voor de tabernakel. Het volk Israël was in Egypte en was een slavenvolk daar, en leden onder die arbeid. Exodus 1:13 en 14.

Daarna Exodus 3:7 en 8 En de HEERE zeide: Ik heb zeer wel gezien de verdrukking Mijns volks, hetwelk in Egypte is, en heb hun geschrei gehoord, vanwege hun drijvers; want Ik heb hun smarten bekend. Daarom ben Ik nedergekomen, dat Ik het verlos uit de hand der Egyptenaren, en het opvoer uit dit land, naar een goed en ruim land, naar een land, vloeiende van melk en honig, tot de plaats der Kanaanieten, en der Hethieten, en der Amorieten, en der Ferezieten, en der Hevieten, en der Jebusieten.

Die reis vanuit Egypte naar het beloofde land (kanaän) ging dwars door de woestijn

Exodus 19:1 -In de derde maand, na het uittrekken der kinderen Israels uit Egypteland, ten zelfden dage kwamen zij in de WOESTIJN Sinai.

In die woestijn Sinai stond dus die tabernakel. Die tabernakel heeft God ontworpen en die kon je uit elkaar halen. (opbouwen, afbreken en vervoeren.) We lezen van die opdracht aan Mozes in Exodus 25:8 En zij zullen Mij een heiligdom maken, dat Ik in het midden van hen woon.

Waauw, God wil in het midden van Zijn volk wonen! God riep het volk Israël niet naar de hemel. Maar God kwam uit de Hemel wonen onder het volk Israël!

Daarom stond die tabernakel tussen de stammen van Israël in de woestijn!

God zei tegen Mozes: Exodus 25:9 Naar al wat Ik u tot een voorbeeld dezes tabernakels, en een voorbeeld van al deszelfs gereedschap wijzen zal, even alzo zult gijlieden dat maken.

Deze Tabernakel moest prachtig gebouwd worden, het moest een schitterend bouwwerk worden want God zegt tegen Mozes in Exodus 26:1 en 31 / Exodus 28:6 en 15 – Van het ALLERKUNSTIGSTE werk zult gij het maken.

Nu dat heeft het Volk Israël ook gedaan.
Alzo maakte een ieder wijze van hart, onder degenen, die het werk maakten, den tabernakel van tien gordijnen, van getweernd fijn linnen, en hemelsblauw, en purper, en scharlaken met cherubim; van het allerkunstelijkste werk maakte hij ze. Exodus 35:8.

Aldus werd al het werk des tabernakels, van de tent der samenkomst voleind; en de kinderen Israëls hadden het gemaakt naar alles, wat de HEERE aan Mozes geboden had; alzo hadden zij het gemaakt. Exodus 39:32.

Hoe kan dat volk Israël nu midden in de woestijn zo schitterend mooi en van het allerkunstelijkste werk een Tabernakel maken? Het is in de woestijn erg warm en er is weinig te vinden!
U zal zich verbazen!

Exodus 25:1t/m7 Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: Spreek tot de kinderen Israëls, dat zij voor Mij een hefoffer nemen. Van alle man, wiens hart zich VRIJWILLIG bewegen zal, zult gij Mijn hefoffer nemen. Dit nu is het hefoffer, hetwelk gij van hen nemen zult: goud, en zilver, en koper; Als ook hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen, en geiten haar. En roodgeverfde ramsvellen, en dassenvellen, en sittimhout; Olie tot den luchter, specerijen ter zalfolie, en tot roking welriekende specerijen; Sardonixstenen, en vervullende stenen tot den efod, en tot den borstlap.

Hoe komen de Israëlieten nu aan deze kostbaarheden midden in de woestijn?
Wij weten uit Gods Woord dat de Israëlieten dit uit Egypte hebben meegenomen! Exodus 3:21 en 22. En Exodus 12:35 en 36.

En dan zegt God in Exodus 25:1 t/m 7 van al die rijkdommen uit Egypte (daar God Zelf gezorgd had dat Israël deze rijkdommen ontvingen) mag je Mij iets VRIJWILLIG geven, HOEFT NIET!
LET OP! Er staat; Van iedere man van wie het hart hem dringt… (Exodus 25:2) Dus als een man zijn hart vol was van God dan gaf deze man iets van zijn rijkdom aan God!
Dit gold ook voor de vrouw! Exodus 35:25 en 26 Ook daar staat: Wier hart haar daartoe dreef, met andere woorden alle vrouwen die vrijwillig uit hun hart gaven aan God!

EN ZO IS DE TABERNAKEL GEBOUW DOOR MANNEN EN VROUWEN DIE EEN HART HADDEN VOOR GOD!

Dit is ook mijn gebed dat degene die deze studie volgen dat hun hart bereikt word!
Niet alleen veel dingen leren en kennis op doen, maar dat u gaat belijden de Heere Jezus is voor mijn hart nog veel groter! Dat je in pure aanbidding komt voor door en tot Hem!

Zo als het staat in Psalm 119:11 – Ik heb Uw rede / Woord in mijn hart verborgen.
Dat uw hart vol wordt en overstroomt van de Heere Jezus!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.