Ja maar ik ben als baby gedoopt!

Inderdaad, veel kerkelijke stromingen dopen, besprenkelen Baby`s en menen dat hun baby dan ingelijfd word in het verbond, op Gods belofte.

Afbeelding van keskieve via Pixabay

Als ik in gesprek ben over dopen en men zegt, ja maar ik ben als kind gedoopt.
Dan ben ik altijd heel benieuwd en vraag ik: ”oké, kan jij mij één voorbeeld noemen van een persoon die als kind gedoopt is in de Bijbel?” Dan krijg ik altijd hetzelfde antwoord en verwijzen ze mij naar het huisgezin van Lydia. (Handelingen 16:15) en het gezin van Stefanus (1 Korinthe 1:16) en het gezin van de gevangenbewaarder te Filippi (Handelingen 16:33). Dan vraag ik nog een keer: “lezen we in deze Bijbelgedeeltes dat er Baby`s gedoopt zijn?” Dan is het antwoord altijd… nee, maar daar kunnen toch baby`s bij geweest zijn, er staat ook niet dat ze er niet bij waren. Oké, dus wij nemen aan dat er toen baby`s zijn gedoopt omdat er staat, en hun huisgezin. Dus we verdedigen `waarheid` op aannames? Sterker nog de Bijbel Zelf weerlegt deze aanname in Handelingen 16:33 en 34.

En hij nam hen tot zich in datzelfde uur in de nacht, en waste hen van de striemen; en hij werd terstond gedoopt, en al de zijnen.
En hij bracht hen in zijn huis, en zette hun de tafel voor, en verheugde zich, dat hij met al zijn huis aan God gelovig geworden was. Handelingen 16:33 en 34

Het hele huis was aan God gelovig geworden, Baby`s die aan God gelovig geworden zijn?

Nu is het wel opmerkelijk dat veel gelovigen geen sterk Bijbels fundament kunnen overleggen voor het dopen van hun kinderen. En als je de boeken leest die dominees schrijven over de kinderdoop, (die ik ook echt gelezen heb) over het hoe en waarom, dan moeten we onze wenkbrauwen fronsen en de kinderdoop tegen het licht van Gods Woord houden om te onderzoeken of de dingen die over de kinderdoop gesproken worden wel zo geschreven staan. Denk ook aan de 10 Bijbelverzen waarop de kinderdoop bijbels onderbouwd word.
Genesis 17:7, Genesis 17:14, Psalmen 22:11, Jesaja 44:1 t/m 3, Mattheüs 19:14, Lukas 1:15, Handelingen 22:39, Handelingen 10:47, 1 Korinthe 7:14 en Kolossenzen 2:11 t/m 13.

Laten we eerst eens naar de geschiedenis van de kinderdoop kijken.

Geschiedenis kinderdoop.
Kinderdoop is de doop van baby`s, kleine kinderen. De kinderdoop wordt veelal in de eerste dagen of weken van het leven van een kind toegediend en vindt doorgaans plaats tijdens een kerkelijke bijeenkomst.

Beknopte geschiedenis met verwijzingen.
geschiedenis kinderdoop

Nu we de geschiedenis van de kinderdoop hebben gelezen via de link hierboven, gaan we nu diepzee duiken in het Woord van God zelf.

En gaan we op een eerlijke manier de Bijbel bestuderen, en antwoorden vinden of de Bijbel ons de kinderdoop onderwijst. Heeft God Zelf de kinderdoop ingesteld, om zo onze kinderen in te lijven in Zijn verbond, op Zijn belofte?

Laten we alle 10 de `bewijsteksten` voor de kinderdoop langsgaan en tot een eerlijke conclusie komen.
We raadplegen hiervoor de Heidelbergse catechismus.
Wat is dat de Heidelbergse catechismus?

De Heidelberger of Heidelbergse Catechismus is een van de drie geloofsbelijdenissen die samen de “Drie Formulieren van Enigheid” vormen, die in de Nederlandse hervormde en gereformeerde kerken en de dochterkerken hiervan gebruikt worden. De andere belijdenissen zijn de Nederlandse geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels.

Met ander woorden:
Eén van de drie geschriften die naast Gods Woord staan. In veel kerken word s `morgens een `vrije` preek gehouden en s `middags gepreekt uit de Heidelbergse catechismus.

Nu gaan we verder niet in op deze geschriften omdat ook deze drie geschriften een verleden hebben en niet zuiver Gods Woord zijn. Maar i.v.m. onze studie over de kinderdoop raadplegen we een vraag uit de Heidelbergse catechismus.

We lezen vraag 74 uit de Heidelbergse catechismus:
Zal men ook de jonge kinderen dopen?

ANTWOORD:
Ja het; want mitsdien, derhalve zij
al zowel als de volwassenen
in het verbond Gods en in Zijn gemeente begrepen zijn, a
en dat hun door Christus’ bloed
de verlossing van de zonden b
en de Heilige Geest, Die het geloof werkt,
niet minder dan den volwassenen toegezegd wordt, c
zo moeten zij ook door den Doop,
als door het teken des verbonds,
der christelijke kerk ingelijfd en
van de kinderen der ongelovigen onderscheiden worden, d
gelijk in het Oude Verbond of Testament
door de Besnijdenis geschied is, e
voor dewelke in het Nieuwe Verbond de Doop ingezet is. f

Er valt mij al meteen een eigenaardigheid op.
Citaat: want derhalve zij (baby`s), in het verbond van God en Zijn gemeente begrepen zijn, en dat hun door christus bloed, de verlossing van zonde en de Heilige Geest, die geloof werkt, niet minder dan de volwassenen toegezegd wordt.

Dus Baby`s worden door de kinderdoop in het verbond van God en Zijn gemeente inbegrepen, ontvangen verlossing van zonde door het bloed van Christus, en geloof door de Heilige Geest.
Niet minder, of wel, net als de volwassenen toegezegd wordt. Om van de kinderen van de ongelovigen onderscheiden te worden. Einde citaat.

Laten we deze geloofsbelijdenis tegen het licht van Gods Woord houden.

Ja het; want mitsdien, derhalve zij
al zowel als de volwassenen
in het verbond Gods en in Zijn gemeente begrepen zijn,… a

a- En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u. Genesis 17:7

Wie sluit daar een verbond met wie?
God sluit hier een verbond met Abram.
God zal ook de God zijn van zijn nageslacht. Welk nageslacht is dat?
De apostel Petrus spreekt in Handelingen 3:25 ook zijn mede Joden aan als ‘nageslacht’ van Abraham: “U bent kinderen van de profeten en van het verbond dat God met onze vaderen sloot toen Hij tegen Abraham zei: En in uw nageslacht zullen alle geslachten van de aarde gezegend worden.” De belofte van nageslacht is verbonden aan die van het bezit van het land Kanaän.
Waarvan hier voor het eerst de naam genoemd word. Het (Joodse) volk en het land zijn met elkaar verbonden. (Genesis 12:7, Psalm 105:8 t/m 13). In dit land verkeert Abraham al geruime tijd als vreemdeling (vgl. Genesis 28:4). Zijn nageslacht krijgt dit land tot blijvende bezitting: men krijgt het in handen, maar het recht hierop word bepaald door het kader van het verbond; de Heere is de uiteindelijke eigenaar en Hij bepaalt wie wanneer in het land mag wonen. (Genesis 15:16; Deuteronomium 28:36 en 37 en 30:1 t/m 10.

Deze belofte is een specifieke belofte voor Abram en zijn nageslacht, het Joodse volk.

Als je dit aangehaalde vers in zijn context leest (Gen. 17:1 t/m 8) ga je begrijpen dat het verbond van God met Abram geen betrekking kan hebben op een kinderdoop.

…en dat hun door Christus’ bloed
de verlossing van de zonden… b

b- Maar Jezus zei: Laat af van de kinderen, en verhindert hen niet tot Mij te komen; want dezulken is het Koninkrijk van de hemelen. Mattheüs 19:14

Wat betekend dit dat de Heere Jezus de kinderen zegent?
Er bestond een gewoonte de kinderen naar de synagoge te brengen naar de oudsten en de Schriftgeleerden om ze door hun te laten zegenen. Daarom moeten zij, die de kinderen bij Jezus brachten, Hem zeer hooggeacht hebben. Het gaat hier om hele kleine kinderen die nog gedragen moesten worden. (zie lukas 18:15, brephos = zuigeling).
Jezus komt op voor de kinderen, voor het hulpeloze en het zwakke. Hij wil dat Niemand hen verhindert tot Hem te komen. Voor kinderen en zij die zijn als de kinderen (vgl. Matth. 18:1 t/m 5), is het koninkrijk van de hemelen. Het kind met zijn ontvankelijkheid en zijn vertrouwen in zijn vader, staat dichter bij God dan de volwassenen, die onafhankelijk wil leven.
Dat is de context van Matth. 19:14.

Dit heeft niks te maken met verlossing van hun zonden door het bloed van Christus.

… en de Heilige Geest, Die het geloof werkt,
niet minder dan den volwassenen toegezegd wordt,… c

c- Want hij zal groot zijn voor den Heere; noch wijn, noch sterken drank zal hij drinken, en hij zal met de Heiligen Geest vervuld worden, ook van zijner moeders lijf aan. Lukas 1:15

Wie, is die hij, die met de Heilige Geest vervult word van zijn moeders lichaam aan?
Alle Baby’tjes die gedoopt worden? Nee! Maar Johannes de doper.

Nog een vraag: Johannes werd vervult met de Heilige Geest van Zijn moeders lichaam aan.
Johannes had de Heilige Geest al in de buik van zijn moeder. Hoe staat dit in vergelijking met het ontvangen van de Heilige Geest door de kinderdoop? (buiten de buik van de moeders?)

We gaan nu de Bijbelse context bekijken van Lukas 1:15
De reden tot vreugde is dat Johannes `groot` zal zijn. Niet alleen in de ogen van mensen maar eerst en vooral in de ogen van God. Jezus getuigt hier later van hem: “…onder hen die uit vrouwen geboren zijn is niemand groter dan Johannes…” (Lukas 7:28). Die grootheid word in twee punten nader uitgewerkt: in onthouding van wijn en sterke drank en in de vervulling met de Heilige Geest van de moederschoot (baarmoeder, buik) aan.
In plaats van met wijn en sterke drank zal Johannes van de moederschoot af vol zijn van Gods Geest.
(vgl. Lukas 1:41 en 44). Telkens word in het geboorteverhaal de activiteit van de Heilige Geest benadrukt (Lukas 1:35, 41, 67; 2:25 t/m 27) evenals in de rest van het evangelie. Hierin ligt de verklaring van de grote invloed die Johannes de Doper op zijn omgeving uitoefende.

Dit gedeelte gaat heel specifiek over Johannes de doper.

2e tekst. Op U ben ik geworpen van de baarmoeder af; van de buik mijner moeder aan bent U mijn God. Psalmen 22:11

Is dit dan wel een `legale` tekst voor de kinderdoop?

Psalm 22 is een Psalm van David.
Psalm 22:10 t/m 12 zijn een smeekbede om Gods nabijheid.
Vanaf de geboorte werd David overgeleverd aan de Heere, die hem als een Vader ontving. Het was namelijk gebruikelijk dat het kind bij de vader werd gebracht, zodat die het als zijn eigen kind kon erkennen. Deze afhankelijkheid maakte dat David wist dat hij niet met een onbekende god te maken had, maar heel persoonlijk met `mijn God`. Hiermee herhaalt hij de woorden van Ps. 22:2 en 3 en legt ze verder uit. De relatie tussen David en de Heere vormt de basis voor het gebed dat volgt.
David schrijft dus over zijn relatie met de Heere in een gebed.

3e tekst. *Maar hoor nu Mijn knecht Jakob, en Israël, die Ik verkoren heb! Zo zegt de HEERE, uw Maker, en uw Formeerder van de buik af, Die u helpt: Vrees niet, o Jakob, Mijn knecht, en jij, Jeschurun, die Ik uitverkoren heb! Want Ik zal water gieten op de dorstige, en stromen op het droge; Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten, en Mijn zegen op uw nakomelingen. Jesaja 44:1-3

Tegen wie wordt er hier gesproken? Wie moet er horen?
Mijn knecht Jakob, en Israël, die Ik verkoren heb!

Tegen wie zegt de Heere uw Maker, en uw Formeerder van de buik af, Die u helpt?
Vrees niet, o Jakob, Mijn knecht, en jij, Jeschurun, die Ik uitverkoren heb!

Wat word er tegen Jakob en Israël en jij Jeschurun gesproken?
Want Ik zal water gieten op de dorstige, en stromen op het droge; Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten, en Mijn zegen op uw nakomelingen.

Een specifieke belofte voor Jakob, Israël en Jeschurun gesproken!

Zijn wij Jakob, Israël of Jeschurun?
Nee! Wij zijn heidenen! Dat betekend, wij zijn niet Joden!

4e tekst. Want u komt de belofte toe, en uw kinderen, en allen, die daar verre zijn, zo velen als er de Heere, onze God, toe roepen zal. Handelingen 2:39
Welke belofte komt u toe?
De belofte van de Heilige Geest, aan het hele volk van Israël! (Vgl. Hand. 1:4; Lukas 24:49)
De belofte is ook niet beperkt tot één generatie, maar is ook voor uw *`kinderen` = de toekomstige generatie (Vgl. Hand. 2:17: uw zonen en uw dochters zullen profeteren ).
In dit verband kan Petrus met `allen die verre zijn` gedoeld hebben op het vereer nageslacht, maar het is ook mogelijk dat hij de Joden die `ver weg` in de verstrooiing woonden (vgl. Jes. 57:19), op het oog had. Op dit moment heeft Petrus nog niet beseft dat deze belofte ook zou geleden voor de heidenwereld = niet Joden. (vgl. Hand. 10:45), maar zijn woorden waren profetisch.
De belofte is ook voor de Heidenen die ver weg waren ( vgl. Hand. 22:21; Ef. 2:17); ook de Heidenen zullen de Heilige Geest met Zijn gaven ontvangen (vgl. Hand. 10:46; Rom. 12:7; 1 Cor. 12:1 t/m 11), zij en hun nageslacht. `zovelen als de Heere, onze God, er toe roepen zal` is ontleend aan Joël 2:32.
Enerzijds is het heil van God voor Hen die de Naam van de Heere aanroepen (Hand. 2:21), anderzijds gaat het initiatief van God uit. Hij roept door de prediking van het evangelie de mensen tot Zijn Heil en Zijn Roepstem reikt verder da het volk Israël alleen.

*Als deze belofte van de Heilige Geest op kinderen = baby`s zou slaan zou het betekenen dat baby`s zouden gaan profeteren.

We zien hier duidelijk dat God de mensen roept door de prediking van het evangelie, en we niet zijn verlost van zonde door het bloed van Jezus en de Heilige Geest hebben ontvangen door de kinderdoop. ( Volgens de Heidelbergse catechismus ).

…zo moeten zij ook door den Doop,
als door het teken des verbonds,
der christelijke kerk ingelijfd en
van de kinderen der ongelovigen onderscheiden worden,… d

d- Kan ook iemand het water weren, dat dezen niet gedoopt zouden worden, *welke de Heiligen Geest ontvangen hebben, gelijk als ook wij? Handelingen 10:47

Aller eerst zou ik je willen vragen, lees dit Schriftgedeelte nu eens goed. Wat staat hier?
Er staat dat dezen die gedoopt zouden moeten worden, de Heilige Geest al ontvangen hebben!
Daarom! De vraag, kan iemand het water weren?

Wat is nu de context van dit vers?
Op z`n minst heel het hoofdstuk. Handelingen 10.

Lees eerst dit eens;
Als Petrus nog deze woorden sprak, viel de Heilige Geest op allen, die het Woord hoorden.
Een Baby’tje die het Woord hoort ( zijn ze altijd in de ere dienst? ) ontvangt die de Heilige Geest? *Volgens de Heidelbergse catechismus wel, tijdens de doop. Jouw kind is gedoopt, dus heeft die de Heilige Geest? Hoe je dat weet? Lees gerust verder.
En de gelovigen, die uit de besnijdenis waren, zovelen als met Petrus gekomen waren, ontzetten zich, dat de gave van de Heiligen Geest ook op de heidenen uitgestort werd.
Want zij hoorden hen spreken met vreemde talen, en God groot maken. ( hoor jij je baby’tje in vreemde talen spreken en God groot maken?) Toen antwoordde Petrus:
Kan ook iemand het water weren, dat dezen niet gedoopt zouden worden, welke den Heiligen Geest ontvangen hebben, (volgens Bijbels principe moet je eerst je Baby’tje in vreemde talen horen spreken en God grootmaken, voor je überhaupt je baby’tje mag laten dopen! gelijk als ook wij? Handelingen 10:44 t/m 47
*Snap je nu de weerzin van de kinderdoop?

Dit hoofdstuk verhaalt ons van de hoofdman Cornelius en Petrus die een `vertrekking van zinnen` ervaart, van dieren op een laken. (vlg. Hand. 10:10 t/m 12)
In die context is het ontvangen van de Heilige Geest voor Petrus een teken en bewijs dat het geloof van Cornelius en de zijnen (vgl. Hand. 10:17) door God is geaccepteerd. God heeft daarmee voor aller oog deze heidenen heilig en rein verklaard. (vlg. Hand. 10:15).
Daarom! Is Petrus van mening `dat niemand het water kan weigeren opdat zij gedoopt worden`.

Belangrijk! Het gebruik van een dubbele ontkenning (Lett. Weigeren dat zij niet gedoopt woren) is typisch voor het Grieks; de betekenis is: `weigeren dat zij gedoopt worden`. Kõluõ (tegenhouden, verhinderen, weigeren) word in Hand. 11:17 in hetzelfde verband weer gebruikt.
Het weigeren van de doop zou een poging zijn geweest om Gods verdere genade tegen te houden.
Het water is vanzelfsprekend het water waar in gedoopt werd ( vgl Hand. 8:36 ), in dit geval waarschijnlijk de zee. Men zou zich nog kunnen afvragen of na deze vervulling met de Heilige Geest de doop in water nog wel nodig was, maar voor Petrus was dit geen vraag. De doop op gezag van de Naam van Jezus was door de Heer zelf ingesteld en bevolen. (vgl. Matth. 28:19, zie Hand. 2:38; 19:5). Dus ontegenzeggelijk geen `in plaats van` de besnijdenis!
Samen met de vervulling door de Heilige Geest completeert hij de wedergeboorte (vgl. Joh. 3:5; Tit 3:5). Uit de laatste woorden van dit vers `zoals ook wij` blijkt dat het ontvangen van de Heilige Geest door deze heidenen zich niet onderscheidt van de vervulling met de Geest bij de apostelen ( Hand. 2:4). Er is geen sprake van meer of minder.

• Als we de tekst zuiver lezen zou het betekenen dat alleen baby’tjes die de Heilige Geest ontvangen hebben gedoopt mogen worden. Onzin natuurlijk!

2e tekst. Want de ongelovige man is geheiligd door de vrouw, en de ongelovige vrouw is geheiligd door de man; want anders waren uw kinderen onrein, maar nu zijn zij heilig. 1 Korinthe 7:14

Wanneer zijn je kinderen heilig volgens dit Schriftgedeelte?
Je kinderen zijn geheiligd door de vrouw, zijn geheiligd door de man. (Niet door een kinderdoop)

Maar wat houd dit nu precies in?
De context van 1 Kor. 7:14 is opnieuw minimaal het hele hoofdstuk. Het gaat namelijk niet over wat voor een doop ook, het gaat over het huwelijk.

Laten we eerst heel eenvoudig 1 Kor. 7:14 eens lezen letterlijk vertaald vanuit de Griekse tekst.
Geheiligd is namelijk de man de ongelovige in de vrouw, en geheiligd is de vrouw de ongelovige in de man [adelphõi = broeder]; immers (anders) dan de kinderen van jullie onrein zijn, nu en heilig zijn zij.

Let op. De ongelovige vrouw is geheiligd in de man [adelphõi = broeder]. Dit betekend dat de ongelovige vrouw, geheiligd is in haar gelovige man, een broeder.
Zo is ook de ongelovige man geheiligd in zijn gelovige vrouw.

Graag ga ik hier even uitgebreid op in om te begrijpen wat 1 Kor. 7:14 nu echt zegt.
De ongelovige man is geheiligd in zijn (gelovige) vrouw en de ongelovige vrouw is geheiligd in de broeder. In de ogen van de Korintiërs zou een huwelijksleven met een ongelovige partner de gelovige juist verontreinigen en ontheiligen. Paulus daarentegen legt nu uit dat de ongelovige partner in de heiligheid van de gelovige echtgeno(o)t(e) betrokken word.
De ongelovige krijgt dus deel aan de heiligheid van de gelovige. In dit verband houd `geheiligd zijn`, d.w.z. `apart gezet zijn voor God`, niet automatisch in dat zij behouden zijn voor de eeuwigheid.
Dit `geheiligd zijn` berust immers niet op een persoonlijk geloof in de Heere Jezus en gaat ook niet gepaard met heiliging, maar een geheiligd leven (vgl. Hebr, 12:14 `jaagt ernaar… de heiliging, zonder welke niemand de Heere zal zien`). Dit `geheiligd zijn` lijkt dan ook het meest op heilig zijn van het nog ongelovige Joodse volk (Rom. 11:16). Het houd in, dat God op een speciale manier hen op het oog heeft en met hen bezig is, niet in de laatste plaats door het voorbeeld van hun gelovige man of vrouw (zie 1 Petrus 3:1)
Vervolgens laat Paulus de Korintiërs aan de hand van hun eigen redeneringswijze zien, dat ze ongelijk hebben. `Immers dan zijn jullie kinderen onrein.` Dit zou het gevolg zijn van hun denkwijze, volgens welke heiligheid niet overdraagbaar is aan een ongelovige. Maar zowel Paulus als de Korintiërs zijn er van overtuigd dat de kinderen van gelovigen (of zelfs van één gelovige ouder), ook al hebben ze zelf nog geen persoonlijk geloof, toch bij de gemeente behoren vanwege het feit dat ze door (een) gelovige ouder(s) worden opgevoed. Zij zijn `heilig`.
Totdat zij zelfstandig worden, delen zij mee in de heiligheid van de ouders (of één van de ouders).
Dit geheiligd zijn is dus in zekere mate overdraagbaar aan diegenen met wie een gelovige een levensband onderhoud. Dit geld duidelijk voor kinderen, maar ook voor de echtgenoot of echtgenote.

In het kort, kinderen van (een) gelovige ouder(s), zijn geheiligd in de gelovige ouder(s) en behoren daarom bij de gemeente. (Niet door de kinderen te dopen)

…gelijk in het Oude Verbond of Testament
door de Besnijdenis geschied is,… e

e- En wat mannelijk is, de voorhuid hebbende, van wie de voorhuid van het vlees niet zal besneden worden, dezelve ziel zal uit haar volken uitgeroeid worden; hij heeft Mijn verbond gebroken. Genesis 17:14

Als de kinderdoop in plaats van de besnijdenis is gekomen, lezen we de tekst zo; en al wat mannelijk is, die niet gedoopt is, dezelve ziel zal uit zijn volken uitgeroeid worden, hij heeft Mijn verbond gebroken.
Het mannetje zal uitgeroeid worden omdat hij het verbond van God verbroken heeft. Zou dit mannetje enig besef hebben van een verbond met God? Of een keuze om wel of niet gedoopt te worden? En Gen. 17:14 spreekt over alles wat mannelijk is, waarom worden er dan zowel jongetjes als meisjes gedoopt? Je leest het al, hier klopt iets helemaal niet!

Wat zegt de context van Gen. 17:14?
Dit vers staat in context met het eerder behandelde gedeelte uit Gen. 17:7
Het verbond met Abram. Deze belofte is een specifieke belofte voor Abram en zijn nageslacht, het Joodse volk.

Maar we kijken toch even wat de context is van `dezelve ziel zal uit haar volken uitgeroeid worden;`
De uitroeiing wordt vaak uitgelegd als excommunicatie uit de gemeenschap. (vgl. de besnijdenis als voorwaarde voor deelname aan het Pascha, Ex. 12:48), maar de krachtige terminologie (`uitgeroeid worden`) wijst eerder in de richting van een Goddelijk gericht dat resulteert in de voortijdige dood van de overtreder, niet door mensenhanden, maar door God Zelf voltrokken. In dat laatste geval kan de straf beschouwd worden als een Goddelijke voltrekking van de vervloeking die rust op overtreding van het verbond (vgl. Lev. 26:15; Deut. 28:15 en Jes. 24:5)

Met andere woorden als een jongetje niet gedoopt is zal dit jongetje vroegtijdig sterven als een Goddelijke voltrekking van het vonnis, als gevolg hiervan?

…voor dewelke in het Nieuwe Verbond de Doop ingezet is… f

f- In Welke jij ook besneden bent met een besnijdenis, die zonder handen geschiedt, in de uittrekking van het lichaam van de zonden van het vlees, door de besnijdenis van Christus; Zijnde met Hem begraven in de doop, in welken jij ook met Hem opgewekt zijt door het geloof van de werking van God, Die Hem uit de doden opgewekt heeft. En Hij heeft jou, als jij dood waart in de misdaden, en in de voorhuid van je vlees, mede levend gemaakt met Hem, al je misdaden jou vergevende. Kolossenzen 2:11-13

Besnijdenis, begraven in de doop, opgewekt door het geloof, mede levend gemaakt met Hem (Christus), al je misdaden (zonden) jou vergevende.

Nu begrijp ik wel dat dit gedeelte de kerk ertoe verleid om de kinderdoop in plaats van de besnijdenis te zien, als we dit plaatsen in de eerde aangehaalde Bijbelgedeeltes. Nu we hebben ontdekt dat de eerder aangehaalde Bijbelgedeeltes uit zijn context zijn gehaald om de kinderdoop toch maar enigszins een Bijbels tintje te geven, is het van belang dat we ook dit laatste Bijbelgedeelte in zijn context plaatsen.

Opnieuw gaan we even diep in op het aangehaalde Bijbelgedeelte om de `angel` kinderdoop er volledig uit te trekken.

Kolossenzen 2:11-13
In dit vers gaat Paulus in op de Joodse elementen in de valse leer die te Kolosse werd verkondigd, nl. de besnijdenis. Deze besnijdenis hebben de gelovige niet nodig, want ze hebben haar in Christus al ontvangen. (in Christus, niet door de kinderdoop)
Ook het Oude Testament kende al een `besnijdenis van het hart` (Deut. 10:16; 30:6; Jer. 4:4; Eze. 44:7,9; vgl. Hand.7:51; Rom 2:28-29). Deze besnijdenis van het menselijk hart, een werkelijke overgave en gehoorzaamheid aan God, is geen `mensenwerk`, maar een werk van God. (Ef. 2:11)
( als de kinderdoop in plaats van de besnijdenis is gekomen verwacht men van een jongetje dat gedoopt word een werkelijke overgave en gehoorzaamheid aan God. Onmogelijk! )
De besnijdenis was voor de Joden het teken van de inlijving bij het volk van God. Ook het Nieuwe Testament kent zo`n inlijving, nl. door het `afleggen van het lichaam van de zonden van het vlees` (vgl. Rom 6:6; 7:24). Met het `vlees` wort door Paulus de zondige natuur van de mens, `oude mens` bedoeld (Rom 8:5-8; Gal.5:17).
Bij de doop word de gelovige zodanig met Christus verbonden, dat Hij `in Hem` komt (vgl. Gal 3:36).
Zo ondergaat de gelovige in de doop de begrafenis, maar ook de opstanding van Christus (Rom. 6:3-4,8), en hõi (in wie, in welke) kan zowel terugslaan op Christus (vgl. vs. 11) als ook op de doop.
(Als Paulus hier zouden spreken over de kinderdoop dan wordt er verondersteld dat het jongetje bewust zou geloven, voordat het te doop wordt gedragen. Onmogelijk!)
In de doop wordt de gelovige opgewekt tot een nieuw leven (Rom. 6-5) door het geloof aan de werking van God, die Jezus uit de doden deed opstaan (Rom. 4:24; 8:11; 10:9-10).
Met dezelfde kracht is ook God werkzaam in de gelovigen (Ef.1:19-20). Hoewel de `werking van God` kan worden opgevat als oorzaak of bron van het geloof, gaat het hier om geloof in die werking (kracht) van God (vgl. Fil.3:9-11). (Een jongetje dat gedoopt word kan onmogelijk bewust geloven!)
Datgene waarin men gelooft, wort in het Grieks wel vaker met een zgn. genitivus aangegeven (`geloof van…` met de betekenis `geloof in …`, bv. Rom. 3:26; Gal. 2:16, 20; 3:22).
We moeten bij dit vers de praktijk in de vroeg-christelijke gemeente voor ogen houden, waar de doop meteen op bekering volgde. (Een jongetje dat gedoopt word, heeft nog een bewuste keuze om zich te bekeren!)
In dit vers (Kol. 2:13) betekend `dood`een toestand van geestelijke dood (vgl. Ef.2:1) die zichtbaar is door het overtreden van Gods wil en `onbesnedenheid van het vlees`.
Dit laatste wil zeggen dat zij niet behoorden tot het volk van God. Ze waren onbesneden naar het vlees, maar blijkens hun gedrag ook onbesneden van hart. (vgl. Kol. 2:11). We kunnen bovendien uit deze onbesnedenheid opmaken, dat de meeste gelovigen in Kolosse van oorsprong geen Joden waren.
God heeft hun echter in de doop en door het geloof (Kol. 2 :12) levend gemaakt met Christus.
Ze hebben een nieuw leven ontvangen. Door het gebruik van `ons` maakt Paulus duidelijk, dat ook hijzelf deze kwijtschelding, de vergeving van zonde, heeft ontvangen.
Charizomai (schenken, kwijtschelden) komt van dezelfde woordstam als charis (genade). Zonder enige verdienste van de kant van de gelovigen wordt hun de schuld die zij niet konden betalen, kwijtgescholden.

En zo heeft Gods Woord de vraag 74 uit de Heidelbergse catechismus en het antwoord weerlegd.

Maar wat is de Catechismus?
Een catechismus (van het Griekse: Κατήχησις, katechesis = onderricht) is een opsomming van de leer van een bepaald kerkgenootschap waarin al zijn dogma’s systematisch en voor leken begrijpelijk worden gegeven en uitgelegd. Omdat ze een middel zijn bij de catechese, worden ze vaak in vraag- en antwoordvorm uitgegeven.

En daar zit de knijp! Een opsomming van `de leer` van een bepaald kerkgenootschap.
Gods Woord is de waarheid. En we horen onderwezen te worden vanuit het Woord van God, door tekst met tekst te vergelijken en zo alleen het Woord te laten spreken.
Gods Woord legt Gods Woord uit.

Nu heb ik bewust de vraag en het antwoord weerlegd met de geciteerde Bijbelgedeeltes, vanuit Gods Woord Zelf om niet te verdwalen in kerkgeschiedenis en valse doctrines.

Maar mocht je aan het nadenken zijn gezet en wil je de hoed en de rand weten i.v.m. de kinderdoop, schroom dan niet om dit boek De twee Babylons te lezen, en achter de verbijsterende waarheid te komen dat de kinderdoop zijn oorsprong vind in het Babylon van Nimrod. En zo door Rome de westerse kerken is binnen gebracht. Net als de `christelijke` feesten is de kinderdoop zuiver afgodendienst!

JE BENT GEWAARSCHUWD, je kan nu niet meer zeggen ik wist het niet!

Voor de waarheid over de `christelijke` feesten zie de link hieronder.

Wat is er mis met kerstmis?


Daar staat ook een link naar het boek de twee Babylons van A. Hislop.
Waar we de kinderdoop tegen komen.

Bronnen: Bijbel(SV) en Studie Bijbel CvB en studie Bijbel ontwikkeld door T.G.
Wikipedia.org en archive.org en Heidelbergsecatechismus.nl

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *