Deel 6. Het Woord aan het woord!

17 Passages in de evangeliën waar Jezus ALLE aanwezige zieken genas!

Mattheüs 4:23-24 En Jezus omging geheel Galilea, lerende in hun synagogen en predikende het Evangelie van het koninkrijk, en genezende ALLE ziekte en ALLE kwaal onder het volk. En Zijn gerucht ging van daar uit in geheel Syrie; en zij brachten tot Hem ALLEN, die kwalijk gesteld waren, met verscheidene ziekten en pijnen bevangen zijnde, en van den duivel bezeten, en maanzieke en geraakten; EN HIJ GENAS HEN ALLEN.

Mattheüs 8:16-17 En als het laat geworden was, hebben zij velen, van den duivel bezeten, tot Hem gebracht, en Hij wierp de boze geesten uit met het woord, en Hij genas ALLEN, die kwalijk gesteld waren; Opdat vervuld zou worden, dat gesproken was door Jesaja, de profeet, zeggende: Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze ziekten gedragen. (DAAROM WIL GOD VANDAAG DAT U GEZOND BENT, JEZUS HEEFT HET VOOR JOUW BETAALD!)

Mattheüs 9:35 En Jezus omging al de steden en vlekken, lerende in hun synagogen, en predikende het Evangelie van het koninkrijk, en genezende ALLE ziekte en ALLE kwaal onder het volk.

Mattheüs 12:15 Maar Jezus, dat wetende, vertrok van daar, en vele scharen volgden Hem, en Hij genas ze ALLEN.

Mattheüs 14:14 En Jezus uitgaande, zag een grote schare, en werd innerlijk met ontferming over hen bewogen, en genas hun zieken.

Mattheüs 14:34-36 En overgevaren zijnde, kwamen zij in het land Genesareth. En als de mannen van die plaats Hem werden kennende, zonden zij in dat gehele omliggende land, en brachten tot Hem allen, die kwalijk gesteld waren; En baden Hem, dat zij alleenlijk de zoom van Zijn kleed zouden mogen aanraken; en zovelen als Hem aanraakten, werden gezond.

Mattheüs 15:30-31 En vele scharen zijn tot Hem gekomen, hebbende bij zich kreupelen, blinden, stommen, lammen, en vele anderen, en wierpen ze voor de voeten van Jezus; en Hij genas hen.
Alzo dat de scharen zich verwonderden, ziende de stommen sprekende, de lammen gezond, de kreupelen wandelende, en de blinden ziende; en zij verheerlijkten de God van Israël.

Mattheüs 19:2 En vele scharen volgden Hem, en Hij genas ze aldaar.

Mattheüs 21:14 En er kwamen blinden en kreupelen tot Hem in den tempel, en Hij genas hen.

Markus 1:32-34 Als het nu avond geworden was, toen de zon onderging, brachten zij tot Hem allen, die kwalijk gesteld, en van den duivel bezeten waren. En de gehele stad was bijeen vergaderd omtrent de deur. En Hij genas er velen, die door verscheidene ziekten kwalijk gesteld waren; en wierp vele duivelen uit, en liet de duivelen niet toe te spreken, omdat zij Hem kenden.

Markus 1:39 En Hij predikte in hun synagogen, door geheel Galilea, en wierp de duivelen uit.

Markus 6:56 En zo waar Hij kwam, in vlekken, of steden, of dorpen, daar legden zij de zieken op de markten, en baden Hem, dat zij maar de zoom van Zijn kleed aanraken mochten; en zovelen, als er Hem aanraakten, werden gezond.

Lukas 4:40 En als de zon onderging, brachten allen, die ziekten hadden, met verschillende ziekten bevangen, die tot Hem, en Hij legde een iegelijk van hen de handen op, en genas hen.

Lukas 6:17-20 En met hen afgekomen zijnde, stond Hij op een vlakke plaats, en met Hem de schare Zijner discipelen, en een grote menigte van het volk van geheel Judea en Jeruzalem, en van den zeekant van Tyrus en Sidon; Die gekomen waren, om Hem te horen, en om van hun ziekten genezen te worden, en die van onreine geesten gekweld waren; en zij werden genezen. En al de schare zocht Hem aan te raken; want er ging kracht van Hem uit, en Hij genas ze ALLEN. En Hij, Zijn ogen opslaande over Zijn discipelen, zei: Zalig zijn jullie, armen, want voor jullie is het Koninkrijk van God.

Lukas 7:21 En in hetzelfde uur genas Hij er velen van ziekten en kwalen, en boze geesten; en velen blinden gaf Hij het gezicht.

Lukas 9:11 En de scharen, dat verstaande, volgden Hem; en Hij ontving ze, en sprak tot hen van het Koninkrijk van God; en DIE GENEZING VAN NODE HADDEN, MAAKTE HIJ GEZOND.

Lukas 17:12-19 En als Hij in een zeker vlek kwam, ontmoetten Hem tien melaatse mannen, welke stonden van ver; En zij verhieven hun stem, zeggende: Jezus, Meester!
ontferm U over ons! En als Hij hen zag, zei Hij tot hen: Gaat heen en vertoon je zelf aan de priesters. En het geschiedde, terwijl zij heengingen, dat zij gereinigd werden. En een van hen, ziende, dat hij genezen was, keerde terug, met grote stem God verheerlijkende. En hij viel op het aangezicht voor Zijn voeten, Hem dankende; en dezelve was een Samaritaan; En Jezus, antwoordende, zei: Zijn niet de tien gereinigd geworden, en waar zijn de negen? En zijn er geen gevonden, die wederkeren, om God de eer te geven, dan deze vreemdeling? En Hij zei tot hem: Sta op, en ga heen; jouw geloof heeft je behouden. Uit de staten. vert.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.