Deel 6B Het Woord aan het woord, 47 passages waar Jezus een of twee mensen tegelijk genas, Markus

Er zijn zevenenveertig andere passages waar Jezus één of twee mensen tegelijk genas Laat u inspireren door Het Woord zelf! Nu Bijbelboek Markus.

Markus 2:1-12 En na sommige dagen is Hij wederom binnen Kapernaum gekomen; en het werd gehoord, dat Hij in huis was. En terstond vergaderden daar velen, alzo dat ook zelfs de plaatsen omtrent de deur hen niet meer konden bevatten; en Hij sprak het woord tot hen. En er kwamen sommigen tot Hem, brengende een geraakte, die van vier gedragen werd. En niet kunnende om dichtbij te komen, overmits de schare, ontdekten zij het dak, waar Hij was; en dat opgebroken hebbende, lieten zij het bed neer, daar de geraakte op lag. En Jezus, hun geloof ziende, zei tot de geraakte: Zoon, uw zonden zijn u vergeven. En sommigen van de Schriftgeleerden zaten aldaar, en overdachten in hun harten: Wat spreekt Deze aldus godslasteringen? Wie kan de zonden vergeven, dan alleen God? En Jezus, terstond in Zijn geest bekennende, dat zij alzo in zichzelf overdachten, zei tot hen: Wat overdenken jullie deze dingen in jullie harten? Wat is lichter, te zeggen tot de geraakte: De zonden zijn je vergeven, of te zeggen: Sta op, en neem je bed op, en wandel? Maar opdat jullie mogen weten, dat de Zoon van de mensen macht heeft, om de zonden op de aarde te vergeven (zei Hij tot de geraakte): Ik zeg je: Sta op, en neem je bed op, en ga heen naar je huis. En terstond stond hij op, en het bed opgenomen hebbende, ging hij uit in het bijzijn van iedereen; zodat zij zich allen ontzetten en verheerlijkten God, zeggende: Wij hebben nooit zoiets gezien!

Markus 3:1-5 En Hij ging terug in de synagoge; en aldaar was een mens, hebbende een verdorde hand. En zij namen Hem waar, of Hij op de sabbat hem genezen zou, opdat zij Hem beschuldigen mochten. En Hij zei tot de mens, die de verdorde hand had: Sta op in het midden. En Hij zei tot hen: Is het geoorloofd op sabbatdagen goed te doen, of kwaad te doen, een mens te behouden, of te doden? En zij zwegen stil. En als Hij hen met toorn rondom aangezien had, meteen bedroefd zijnde over de verharding van hun hart, zei Hij tot de mens: Strek je hand uit. En hij strekte ze uit; en zijn hand werd hersteld, gezond gelijk de andere.

Markus 5:1-20 En zij kwamen over op de andere zijde der zee, in het land der Gadarenen. En zo Hij uit het schip gegaan was, terstond ontmoette Hem, uit de graven, een mens met een onreinen geest; Die zijn woning in de graven had, en niemand kon hem binden, ook zelfs niet met ketenen. Want hij was menigmaal met boeien en ketenen gebonden geweest, en de ketenen waren van hem in stukken getrokken, en de boeien verbrijzeld, en niemand was machtig om hem te temmen. En hij was altijd, nacht en dag, op de bergen en in de graven, roepende en slaande zichzelf met stenen. Als hij nu Jezus van verre zag, liep hij toe, en aanbad Hem. En met een grote stem roepende, zei hij: Wat heb ik met U te doen, Jezus, U Zoon van God, de Allerhoogste? Ik bezweer U bij God, dat U mij niet pijnigt! (Want Hij zei tot hem: Jij onreine geest, ga uit van de mens!) En Hij vraagde hem: Welke is uw naam? En hij antwoordde, zeggende: Mijn naam is Legio; want wij zijn velen. En hij bad Hem zeer, dat Hij hen buiten het land niet wegzond. En aldaar aan de bergen was een grote kudde zwijnen, weidende. En al de duivelen baden Hem, zeggende: Zend ons in die zwijnen, opdat wij in de zwijnen mogen varen. En Jezus liet het hun terstond toe. En de onreine geesten, uitgevaren zijnde, voeren in de zwijnen; en de kudde stortte van de steilte af in de zee (daar waren er nu omtrent twee duizend), en versmoorden in de zee. En die de zwijnen weidden zijn gevlucht, en boodschapten dit in de stad en op het land. En zij gingen uit, om te zien, wat het was, dat er geschied was. En zij kwamen tot Jezus, en zagen de bezetene zittende, en gekleed, en wel bij zijn verstand, namelijk die het legioen gehad had, en zij werden bevreesd. En die het gezien hadden, vertelden hun, wat de bezetene geschied was, en ook van de zwijnen. En zij begonnen Hem te bidden, dat Hij van hun landpalen wegging. En als Hij in het schip ging, bad Hem degene, die bezeten was geweest, dat hij met Hem mocht zijn. Doch Jezus liet hem dat niet toe, maar zei tot hem: Ga heen naar je huis tot je familie, en boodschap hun, wat grote dingen jou de Heere gedaan heeft, en hoe Hij Zich jouw ontfermd heeft.

Markus 5:25-43 En bad Hem zeer, zeggende: Mijn dochtertje is in haar uiterste; ik bid U, dat U komt en de handen op haar legt, opdat zij behouden word, en zij zal leven. En Hij ging met hem; en een grote schare volgde Hem, en zij verdrongen Hem. En een zekere vrouw, die twaalf jaren de vloed van het bloed gehad had, En veel geleden had van vele medicijnmeesters (dokters), en al het hare daaraan ten koste gelegd en geen baat gevonden had, maar met welke het veeleer erger geworden was; Deze van Jezus horende, kwam onder de schare van achteren, en raakte Zijn kleed aan. Want zij zei: Indien ik maar Zijn klederen mag aanraken, zal ik gezond worden. En terstond is de fontein van haar bloed opgedroogd, en zij gevoelde aan haar lichaam, dat zij van die kwaal genezen was. En terstond Jezus, bekennende in Zichzelf de kracht, die van Hem uitgegaan was, keerde Zich om in de schare, en zei: Wie heeft Mijn klederen aangeraakt? En Zijn discipelen zeiden tot Hem: U ziet, dat de schare U verdringt, en zegt U: Wie heeft Mij aangeraakt? En Hij zag rondom om haar te zien, die dat gedaan had. En de vrouw, vrezende en bevende, wetende, wat aan haar geschied was, kwam en viel voor Hem neder, en zei Hem al de waarheid. En Hij zei tot haar: Dochter, je geloof heeft je behouden; ga heen in vrede, en wees genezen van deze je kwaal. Terwijl Hij nog sprak, kwamen enigen van het huis van de oversten van de synagoge, zeggende: Uw dochter is gestorven; wat zijn jullie de Meester nog moeilijk? En Jezus, terstond gehoord hebbende het woord, dat er gesproken werd, zei tot de overste van de synagoge: Vrees niet; geloof alleen. En Hij liet niemand toe Hem te volgen, dan Petrus, en Jakobus, en Johannes, den broer van Jakobus; En kwam in het huis van de oversten van de synagoge; en zag de beroerte en degenen, die zeer weenden en huilden. En ingegaan zijnde, zei Hij tot hen: Wat maken jullie een beroerte, en wat weent (huilen) jullie? Het kind is niet gestorven, maar het slaapt. En zij lachten Hem uit; maar Hij, als Hij hen allen had uitgedreven, nam bij Zich de vader en de moeder van het kind, en degenen die met Hem waren, en ging binnen, waar het kind lag. En Hij vatte de hand van het kind, en zei tot haar: Talitha kumi! hetwelk is, zijnde overgezet: Gij dochtertje (Ik zeg u), sta op. En terstond stond het dochtertje op, en wandelde; want het was twaalf jaren oud; en zij ontzetten zich met grote ontzetting. En Hij gebood hun zeer, dat niemand het zou weten; en zei, dat men haar zou te eten geven.

Markus 7:24-37 En van daar opstaande, ging Hij weg naar de landpalen van Tyrus en Sidon; en in een huis gegaan zijnde, wilde Hij niet, dat het iemand wist, en Hij kon nochtans niet verborgen zijn. Want een vrouw, van wie het dochtertje een onreinen geest had, van Hem gehoord hebbende, kwam en viel neer aan Zijn voeten. Deze nu was een Griekse vrouw, van geboorte uit Syro-Fenicie; en zij bad Hem, dat Hij de duivel uitwierp uit haar dochter. Maar Jezus zei tot haar: Laat eerst de kinderen verzadigd worden; want het is niet betamelijk dat men het brood van de kinderen neemt, en de honden voor zet. Maar zij antwoordde en zei tot Hem: Ja, Heere, doch ook de honden eten onder de tafel van de kruimels van de kinderen. En Hij zei tot haar: Om dit woord wil ga heen, de duivel is uit je dochter uitgevaren. En als zij in haar huis kwam, vond zij, dat de duivel uitgevaren was, en de dochter liggende op het bed. En Hij wederom weggegaan zijnde van de landpalen van Tyrus en Sidon, kwam aan de zee van Galilea, door het midden van de landpalen van Dekapolis. En zij brachten tot Hem een dove, die zwaar sprak, en baden Hem, dat Hij de hand op hem legde. En hem van de schare alleen genomen hebbende, stak Hij Zijn vingeren in zijn oren, en gespogen hebbende, raakte Hij zijn tong aan; En opwaarts ziende naar de hemel, zuchtte Hij, en zei tot hem: Effatha! dat is: wordt geopend! En terstond werden zijn oren geopend, en de band zijner tong werd los, en hij sprak recht. En Hij gebood hun, dat zij het niemand zeggen zouden; maar wat Hij hun ook gebood, zo verkondigden zij het veel te meer. En zij ontzetten zich bovenmate zeer, zeggende: Hij heeft alles wel gedaan, en Hij maakt, dat de doven horen, en de stommen spreken.

Markus 8:22-26 En Hij kwam te Bethsaida; en zij brachten tot Hem een blinde, en baden Hem, dat Hij hem aanraakte. En de hand van de blinden genomen hebbende, leidde Hij hem uit buiten het vlek, en spoog in zijn ogen, en legde de handen op hem, en vraagde hem, of hij iets zag. En hij, opziende, zei: Ik zie de mensen, want ik zie hen, als bomen, wandelen. Daarna legde Hij de handen opnieuw op zijn ogen, en deed hem opzien. En hij werd hersteld, en zag hen allen ver en klaar. En Hij zond hem naar zijn huis, zeggende: Ga niet in het vlek, en zeg het niemand in het vlek.

Markus 9:14-29 En als Hij bij de discipelen gekomen was, zag Hij een grote schare rondom hen, en enige Schriftgeleerden met hen twistende. En terstond de gehele schare Hem ziende, werd verbaasd, en toelopende groetten zij Hem. En Hij vraagde de Schriftgeleerden: Wat twist gij met hen? En een uit de schare, antwoordende, zei: Meester, ik heb mijn zoon tot U gebracht, die een stommen geest heeft. En waar hij hem ook aangrijpt, zo scheurt hij hem, en schuimt, en knarst met zijn tanden, en verdort; en ik heb Uw discipelen gezegd dat zij hem zouden uitwerpen, en zij hebben niet gekund. En Hij antwoordden hem, en zei: O ongelovig geslacht, hoe lang zal Ik nog bij ulieden zijn, hoe lang zal Ik u nog verdragen? Brengt hem tot Mij. En zij brachten de zoon tot Hem; en als hij Hem zag, scheurde hem terstond de geest; en hij vallende op de aarde, wentelde zich al schuimende. En Hij vraagde zijn vader: Hoe langen tijd is het, dat hem dit overkomen is? En hij zei: Van zijn kindsheid af. En menigmaal heeft hij hem ook in het vuur en in het water geworpen, om hem te verderven; maar zo U iets kunt, wees met innerlijke ontferming over ons bewogen, en help ons. En Jezus zei tot hem: Zo U kunt geloven, alle dingen zijn mogelijk voor diegene, die gelooft. En terstond de vader van het kind, roepende met tranen, zei: Ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp. En Jezus ziende, dat de schare gezamenlijk toeliep, bestrafte de onreine geest, zeggende tot hem: Gij stomme en dove geest! Ik beveel je, ga uit van hem, en kom niet meer in hem. En hij, roepende en hem zeer scheurende, ging uit; en het kind werd als dood, alzo dat velen zeiden, dat het gestorven was. En Jezus, hem bij de hand grijpende, richtte hem op; en hij stond op. En als Hij in huis gegaan was, vraagden Hem Zijn discipelen alleen: Waarom hebben wij hem niet kunnen uitwerpen? En Hij zei tot hen: Dit geslacht kan nergens door uitgaan, dan door bidden en vasten.

Markus 10:46-52 En zij kwamen te Jericho. En als Hij en Zijn discipelen, en een grote schare van Jericho uitging, zat de zoon van Timeus, Bar-timeus, de blinde, aan de weg, bedelende. En horende, dat het Jezus de Nazareeër was, begon hij te roepen en te zeggen: Jezus, U Zoon van David! ontferm U over mij. En velen bestraften hem, opdat hij zwijgen zou; maar hij riep zoveel temeer: U Zoon van David! ontferm U over mij. En Jezus, stil staande, zei, dat men hem roepen zou; en zij riepen de blinde, zeggende tot hem: Heb goeden moed; sta op; Hij roept u. En hij, zijn mantel afgeworpen hebbende, stond op, en kwam tot Jezus. En Jezus, antwoordende, zei tot hem: Wat wil je, dat Ik je doen zal? En de blinde zei tot Hem: Rabboni! dat ik ziende mag worden. En Jezus zei tot hem: Ga heen, jouw geloof heeft je behouden. En terstond werd hij ziende, en volgde Jezus op de weg.

Dit aangaande het Bijbelboek: Markus.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.