Tienden-3

DE LEUGEN VAN EEN KERK DIE HEILIG LEVEN IN GEHOORZAAMHEID ONDERGESCHIKT HEEFT GEMAAKT AAN HET GEVEN VAN TIENDEN.

GOD, FINANCIËN EN GEHOORZAAMHEID.
De andere kant van `succesvolle` gemeentes!

Het geven van 10% is GEEN eeuwige standaard voor gelovigen.

Nadat Abraham Lot had bevrijd en Kedor-Laomer en een aantal andere koningen had overwonnen, ontmoette hij Melchizedek, een priester van God. We hebben gezien wie Melchizedek was. Melchizedek zegende Abraham en vervolgens schonk Abraham hem een tiende deel van de buit. Genesis 14:20.
Sommigen leraren baseren op dit gebeuren het geven van tienden. Ten onrechte, naar mijn mening. Je leest maar één keer dat Abraham een tiende geeft en niet van zijn inkomsten, maar van de buit.

Wat valt er te zeggen over tienden geven vóór de Wet van Mozes? Toen Abraham terugkeerde van
een strijd kwam de nieuwe koning van Sodom, en Melchizedek de koning van Salem, met brood en
wijn om een zegen over Abraham uit te spreken. Genesis 14:20 zegt: “En Abram gaf hem van alles
het tiende deel”.
God beval noch Adam, noch enig iemand in het Oude Testament, de tienden te geven voordat Mozes
de Wet gegeven werd. Genesis 14 gaat over de tijd van 2000 jaar ná Adam en Eva, en terwijl in
de Schrift gezegd wordt dat Abraham een tiende gaf, was dit niet een tiende van het inkomen maar
van de buit van een strijd (Hebreeën 7:4). Dat is niet hetzelfde als het geven van tienden. Genesis 14
leert niets over tienden geven voor de kerk of aan God. De buit die Abraham won van de vijand ging terug naar de eigenaars. Abraham gaf de overblijvende 90% van zijn bezit terug aan degenen die het oorspronkelijk bezaten. Abraham was nooit door God geïnstrueerd om een tiende te geven – dit is NIET een tiende geven maar een gave van 10% uit vrije wil. Hij deed dit maar één keer. Tienden geven werd niet eerder een wet dan in Mozes’ tijd. Het Hebreeuwse woord voor tiende is ma’aser, vertaald als “tiende”, maar tiende staat niet gelijk met het geven van tienden.

Maar er staan nog meer teksten in de Bijbel over het geven van tienden.
We reizen verder…

Genesis 28.
Genesis 28:20 t/m 22 En Jakob beloofde een gelofte, zeggende: Wanneer God met mij geweest zal zijn, en mij behoed zal hebben op dezen weg, dien ik ga, en mij gegeven zal hebben brood om te eten, en klederen om aan te trekken; En ik ten huize mijns vaders in vrede zal wedergekeerd zijn; zo zal de HEERE mij tot een God zijn! En deze steen, dien ik tot een opgericht teken gezet heb, zal een huis Gods wezen, en van alles, wat Gij mij geven zult, zal ik U voorzeker de tienden geven!

In Genesis 28:22 klinken de woorden van Jakob: “Van alles wat U mij geven zult, zal ik U zeker het tiende deel geven”.
Dit is heel merkwaardig! Jakob draait het 180 graden om! Hij zegt letterlijk” God, als u me bewaard op de weg, en u me eten en drinken geeft, en kleren, en ik in vrede terug zal zijn in het huis van mijn vader, dan zal ik U, van alles wat U mij gegeven hebt de tienden geven”.
Dus Jakob wilde eerst gezegend zijn, voordat hij zijn tienden aan God geeft.
En Je kunt je afvragen aan wie hij dat gegeven zal hebben. Er waren geen geestelijken, er was geen tempel. Misschien gaf hij het aan de armen en offerde hij een deel aan de Heere. OPMERKELIJK is wel dat het hier NIET om EEN GEBOD VAN GOD gaat, maar om een eed van Jakob aan de Heere. Evenmin kun je dus op deze tekst baseren dat je tienden aan de Heere moet geven.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.