Wedergeboorte / opnieuw geboren zijn.

OPNIEUW GEBOREN ZIJN = GEEN OPTIE! Het is een zaak van leven of dood!
-Jezus-

Dit is een Bijbelstudie over weder geboorte, opnieuw geboren worden, met nadruk op de doop.

Jezus antwoordde en zei tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik jou: Tenzij dat jij wederom geboren word, kan jij het Koninkrijk van God niet zien.
Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar zeg Ik jou: Zo jij niet geboren wordt uit water en Geest, jij kan in het Koninkrijk van God niet ingaan. Johannes 3:3 en 5

Tekening geschetst door J.S.
In kleur overgetrokken door: N.M.

Opnieuw geboren worden is geen optie, het is een zaak van leven of dood!
Lezen Johannes 3:1 t/m 21

Jezus Zelf zegt: “Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren word, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien. Zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan”. Johannes 3:3 en 5

We zoemen even in op het woordje tenzij.
Synoniemen voor het woordje tenzij zijn; 1) Anders 2) Behalve 3) Behalve als 4) Behalve indien 5) Behalve wanneer 6) Indien 7) Indien niet 8) Onder voorwaarde dat 9) Op voorwaarde dat 10) Tenware 11) Uitgezonderd 12).

Met andere woorden het is uitgesloten dat je het koninkrijk van God kan zien en binnengaan buitenom het wederom geboren worden.

Eigenlijk zegt Jezus: Nicodemus, einde discussie, je moet wederom geboren worden.

Maar wat is dat nu, wederom geboren worden, dat opnieuw geboren worden?
We zijn blij dat je dat vraagt!

Jezus Zelf zegt: ” Zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan”. Johannes 3:5

We lezen dat we uit water en geest geboren moeten worden.
Wat we eerst onder jouw aandacht willen brengen is dat de Heere Jezus In Johannes 3:5 zijn bewoordingen uit Johannes 3:3 herhaalt en anders verwoord. Hij doet dat ter verduidelijking, Hij verving het `van boven` (anothem) door uit `water en geest` (ex hadatos kai pneumatois).
En de uitdrukking `het koninkrijk Gods zien` veranderde Hij in `Het Koninkrijk van God binnengaan`
Het draait om het `ingaan van het koninkrijk van God`. En op grond van het getuigenis van Johannes de Doper had Nicodemus kunnen weten, dat daarvoor een `geboren worden uit water en geest` nodig is. Met het oog daarop doopte Johannes met water ( Johannes 1:26 en 31) Maar de Messias zou dopen met de Heilige Geest (Johannes 1:33), een doop die het nieuwe leven schept. En zo gaven die twee, `water en geest` tezamen aan welke nieuwe geboorte toegang verschafte tot het koninkrijk van God.

Maar hoe dan? Wat is dat water, en wat die geest?
We hebben gezien dat het water, gewoon water is, en de geest is de Heilige Geest.

Waarom is het water de doop?
Geloofd zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die naar Zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren, tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden.
1 Petrus 1:3

Wij zijn wedergeboren door de opstanding van Jezus christus.

laten we nu is kijken hoe we deel nemen aan de opstanding van Christus.
Of weten jullie niet, dat zovelen als wij in Christus Jezus gedoopt zijn, wij in Zijn dood gedoopt zijn?
Wij zijn dan met Hem begraven, door de doop in de dood, opdat, gelijkerwijs Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid van de Vader, alzo ook wij in nieuwheid van het leven wandelen zouden. Want als wij met Hem één plant geworden zijn in de gelijkmaking van Zijn dood, zo zullen wij het ook zijn in de gelijkmaking van Zijn opstanding; Romeinen 6:3-5

Als wij nu met Christus gestorven zijn, zo geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven;
Romeinen 6:8

We zien hier boven dat wij deel nemen aan zijn dood en opstanding door de doop.
Door de doop sterft onze oude ik en staan wij op in de nieuwheid van het leven.

Dus door de doop worden we wederom oftewel opnieuw geboren.

Naar Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord van de waarheid, opdat wij zouden zijn als eerstelingen van Zijn schepselen. Jakobus 1:18
Hij heeft ons gebaard. Gebaard is het zelfde als geboren, door het woord van de waarheid zijn wij geboren, God heeft ons gebaard.

Nu kan je je afvragen wat heeft dit te maken met de wedergeboorte?
Namelijk dat God heeft ons doen wedergeboren en God heeft ons gebaard, maar voordat God ons kan baren, wedergeboren laten worden, moeten wij eerst sterven.

Jullie mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelf voor haar heeft overgegeven; Opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende met het bad van water door het Woord; Efeze 5:25-26

Wat moet de gemeente van God in het bad van water? God Zelf heiligt en reinigt ons daar!
We leggen ons oude, zondige ik af, dan maakt God ons heilig en rein. want er staat niks meer tussen God en mij want dat is gestorven in de doop. Romeinen 6

En Jezus, gedoopt zijnde, is terstond opgeklommen uit het water; en ziet, de hemelen werden Hem geopend, en HIJ ZAG DE GEEST VAN GOD NEERDALEN, gelijk een duif, en op Hem komen.
En ziet, een stem uit de hemelen, zeggende: Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Dewelke Ik Mijn welbehagen heb! Mattheüs 3:16 en 17

LET OP! PAS NA DE DOOP VAN DE HEERE JEZUS CHRISTUS SPREEKT GOD OVER MIJN ZOON, MIJN GELIEFDE.
Wij zijn pas zonen (en dochters) na het sterven in het water en het opstaan in een nieuw leven met de Heere Jezus Christus. EN NA HET ONTVANGEN VAN DE HEILIGHE GEEST.

Vermaan hen, dat zij aan de overheden en machten onderdanig zijn, dat zij hun gehoorzaam zijn, dat zij tot alle goed werk bereid zijn;
Dat zij niemand lasteren, geen vechters zijn, maar bescheiden zijn, alle zachtmoedigheid bewijzende jegens alle mensen.
Want ook wij waren eertijds onwijs, ongehoorzaam, dwalende, menigerlei begeerlijkheden en wellusten dienende, in boosheid en nijdigheid levende, hatelijk zijnde, en elkander hatende.
Maar wanneer de goedertierenheid van God, onzen Zaligmaker, en Zijn liefde tot de mensen verschenen is,
Heeft Hij ons zalig gemaakt, niet uit de werken van de rechtvaardigheid, die wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid, door het bad van de wedergeboorte en vernieuwing van de Heiligen Geest;
Dewelke Hij over ons rijkelijk heeft uitgegoten door Jezus Christus, onzen Zaligmaker;
Titus 3:1-5

Hier boven lezen we dat het duidelijk over de doop gaat.
eerst waren wij; onwijs, ongehoorzaam, dwalende, menigerlei begeerlijkheden en wellusten dienende, in boosheid en nijdigheid levende, hatelijk zijnde, en elkander hatende.

Het bad van de wedergeboorte spreekt hier duidelijk over de doop want voor de doop waren wij zondaars

Maar nu is ons lichaam aan de zonde gestorven waardoor wij zalig kunnen worden.

Waarvan het tegenbeeld, de doop, ons nu ook behoudt, niet die een aflegging is van vuiligheid van het lichaam, maar die een vraag is van een goed geweten tot God, door de opstanding van Jezus Christus; 1 Petrus 1:21

Interessant! want hier staat de doop in één lijn met de opstanding van Jezus Christus. En de wedergeboorte gebeurt ook door de opstanding van Jezus Christus.

Dat zien we in Romeinen 6:4,5 en 8; “Wij zijn dan met Hem begraven, door de doop in de dood, opdat, gelijkerwijs Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid van de Vader, alzo ook wij in nieuwheid van leven wandelen zouden. Want indien wij met Hem één plant geworden zijn in de gelijkmaking Zijns doods, zo zullen wij het ook zijn in de gelijkmaking Zijner opstanding…. Indien wij nu met Christus gestorven zijn, zo geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven. ” (Rom. 6: 4, 5, 8).
En
“Wetende, dat Christus, opgewekt zijnde uit de doden, niet meer sterft; de dood heerst niet meer over Hem. Want dat Hij gestorven is, dat is Hij der zonde eenmaal gestorven; en dat Hij leeft, dat leeft Hij Gode. Alzo ook gijlieden, houdt het daarvoor dat gij wel der zonde dood zijt, maar God levende zijt in Christus Jezus, onze Heere.” (Romeinen. 6: 9-11)
En
“.. de God en Vader van onze Heere Jezus Christus.. ons heeft wedergeboren…door de opstanding van Jezus Christus uit de doden. ” (1 Petr. 1 : 3).

De doop is niet tot afwassing van vuiligheid van het lichaam maar voor een goed geweten. Als de doop alleen een afwassing is dan is het niet dat we sterven maar we wassen ons schoon dus zijn we vergeven, dan doen we het alleen tot vergeving. Maar het is een vraag voor een schoon geweten.
Als ons vuil lichaam sterft en we staan weer op in een schoon lichaam dan is ons geweten ook schoon want dat oude is gestorven, is er niet meer. Daarom is het tot een schoon geweten en tot behoud.

DE DOOP IS TOT BEHOUD
Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden. Markus 16:16

Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan. Johannes 3:5

Heeft Hij ons zalig gemaakt, niet uit de werken van rechtvaardigheid, die wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid, door het bad van wedergeboorte en vernieuwing van de Heilige Geest;
Dewelke Hij over ons rijkelijk heeft uitgegoten door Jezus Christus, onzen Zaligmaker;
Opdat wij, gerechtvaardigd zijnde door Zijn genade, erfgenamen zouden worden naar de hoop tot eeuwig leven. Titus 3:5 t/m 7

Waarvan het tegenbeeld, de doop, ons nu ook behoudt, niet die een aflegging is der vuiligheid van het lichaam, maar die een vraag is van een goed geweten tot God, door de opstanding van Jezus Christus; 1 Petrus 3:21

En indirect zegt Mattheüs 3:15 dat ook namelijk: Maar Jezus, antwoordende, zei tot hem: Laat nu af; want aldus betaamt ons alle gerechtigheid te vervullen. Toen liet hij van Hem af.

Hier spreekt Jezus tot Johannes dus het is niet alleen Jezus die alle gerechtigheid vervult maar het is ook aan Johannes om dat te doen! Johannes is iemand net als wij, ook wij moeten alle gerechtigheid vervullen. In gehoorzaamheid aan Jezus door de doop.

De Bijbel leert ons dus ontegenzeggelijk dat `water` de doop is bij wedergeboorte.

Nu kan je je afvragen, als wij gedoopt moeten worden voordat we het koninkrijk van God kunnen binnen gaan is dat dan niet dat wij moeten werken voor onze redding?

Antwoord: Nee, laat me dit uitleggen.
Er staat door de opstanding van Jezus heeft Hij ons doen wedergeboren.
Want die gestorven is, die is gerechtvaardigd van de zonde.
Als wij nu met Christus gestorven zijn, zo geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven;
Wetende, dat Christus, opgewekt zijnde uit de doden, niet meer sterft; de dood heerst niet meer over Hem. Romeinen 6: 7 t/m 9

In de doop sterf je met Jezus = je gaat onder water, en je staat op in een nieuw leven= je komt boven uit het water. Dat moment van sterven en opstaan in een nieuw leven is 100% een Gods werk, dat gaat buiten de mens om.

En voor we dat waterbad in gaan is er geloof en bekering nodig, ook dat is een Gods werk.
En dit is de wil van diegene, Die Mij gezonden heeft, dat iedereen, die de Zoon ziet, en in Hem gelooft, het eeuwige leven heeft; en Ik zal hem opwekken op de uiterste dag. Johannes 6:40

De Vader heeft de Zoon gegeven, waardoor wij in Die Zoon mogen geloven.

Want het is God, Die in je werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen.
Filippenzen 2:13

Maar let wel op! Deze werkingen, het willen en het werken gaan niet buitenom de wil van de mensen om. En het is niet dat God in de ene mens meer behagen heeft als in de andere mens, maar het behaagd God dat de mens, God niet tegenwerkt, maar zich bekeerd en gelooft.
Want de Schrift leer niet, dat de mens niet zou kunnen tegenwerken ( vgl. 1 Kor. 9:17; 10:1 t/m 13).
Maar wanneer een gelovige zich openstelt, zal God hem inspireren en ook kracht geven voor de uitvoering van Zijn opdracht (vgl. Fil. 1:6)

We schilderen het plaatje van water en geest door het lezen van Mattheüs 3.
Lezen Mattheüs 3:1 t/m 17

We lezen hier drie van de vier stappen als het om opnieuw geboren worden gaat.
Bekering, doop, ontvangen van de Heilige Geest.

De Heere Jezus zegt Zelf tegen Johannes: “Laat nu af; want aldus betaamt ons alle gerechtigheid te vervullen. De Heere Jezus zegt eigenlijk stop met tegenspreken, het is aan ons alle gerechtigheid te vervullen. Zowel de Heere Jezus als Johannes en alle gelovigen moeten alle gerechtigheid vervullen.
En wat is die gerechtigheid?
En Jezus, gedoopt zijnde, is terstond opgeklommen uit het water; en ziet, de hemelen werden Hem geopend, en hij zag de Geest Gods nederdalen, gelijk een duif, en op Hem komen.

Die gerechtigheid begint bij het opnieuw geboren worden!
De Heere Jezus erkende het bezwaar van Johannes, maar zei dat hij Hem toch moest toelaten, omdat zij beiden (`zo past het ons`) aan elke goddelijke instelling (dikaiosune) moesten gehoorzamen.
Omdat de doop van Johannes voor ALLE Israëlieten gold, moest ook Jezus als Israëliet deze ondergaan (Mattheüs 5:17). Hij moest namelijk in ALLE opzichten gelijk worden aan Zijn broeders!
Verder betekende de doop voor Jezus i.v.m. het ontvangen van de Heilige Geest een toerusting tot Zijn bediening. (Mattheüs 3:16)

Ook de Heere Jezus moest als Mens aan elke goddelijke instelling gehoorzamen!
Hoewel Hij de Zoon was, nochtans gehoorzaamheid geleerd heeft uit hetgeen Hij heeft geleden; en geheiligd zijnde, is Hij allen, die Hem gehoorzaam zijn, een Oorzaak tot eeuwige zaligheid geworden.
Hebreeën 5:8 en 9

Hoeveel te meer Johannes en alle gelovigen, jij en ik!
Hij is allen die Hem gehoorzaam zijn een oorzaak tot eeuwige zaligheid geworden!

De gerechtigheid vervullen is gehoorzaam leven aan de wil van God! En dat moesten de Heere Jezus en Johannes, maar ook jij en ik!

WEDERGEBOORTE VANUIT HET OUDE VERBOND.

Genesis.
God maakte Eva uit de rib van Adam.
Genesis 2:22-23 En de HEERE God bouwde de rib, die Hij van Adam genomen had, tot een vrouw, en Hij bracht haar tot Adam. Toen zei Adam: Deze is ditmaal been van mijn benen, en vlees van mijn vlees! Men zal haar Manninne heten, omdat zij uit de man genomen is.

Wat deed God, God zorgde er voor dat de mens (Adam) niet meer alleen was.

We lezen in Genesis 1:27; En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze.
De mens is naar het beeld van God geschapen.
We lezen in Genesis 2:18; Ook had de HEERE God gesproken: Het is niet goed, dat de mens alleen zij; Ik zal hem een hulp maken, die als tegen hem over zij.

Let op! God zegt het is niet goed dat de mens alleen is. Maar de mens is naar Gods evenbeeld geschapen dus zegt God eigenlijk het is niet goed dat Ik alleen ben.

God wil een relatie met ons dat zien we in Genesis heel mooi terug in Genesis 3:8 daar lezen we; En zij hoorden de stem van de HEERE God, wandelende in de hof, aan de wind des daags / overdag. Toen verborg zich Adam en zijn vrouw voor het aangezicht van den HEERE God, in het midden van het geboomte van de hof. God wandelde met Adam en Eva.

We lezen dat Eva uit Adam is gemaakt.
We weten dat Jezus de 2e Adam is. Alzo is er ook geschreven: De eerste mens Adam is geworden tot een levende ziel; de laatste Adam tot een levendmakende Geest.
Maar het geestelijke is niet eerst, maar het natuurlijke, daarna het geestelijke.
De eerste mens is uit de aarde, aards; de tweede Mens is de Heere uit den Hemel.
1 Korinthe 15:45 t/m 47

Johannes 3:6 Het geen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit de Geest geboren is, dat is geest.

De gemeente is de bruid van Christus.
‘Want ik beijver mij voor u met een ijver voor God. Ik heb u immers ten huwelijk gegeven aan één Man om u als een reine maagd aan Christus voor te stellen’ (2 Korinthe 11:2).

*Zoals Eva gebouwd was uit een rib van Adam, zo is ook de Gemeente gebouwd uit de wond in de zijde van de Heere Jezus. En zoals Adam en Eva tot één vlees werden, zo is ook de gemeente één lichaam geworden, waarvan de Heer het Hoofd is. ‘Want wij zijn leden van Zijn lichaam, van Zijn vlees en van Zijn gebeente’ Efeze 5:30. * Het zoeklicht – Jan Harmen Klein Haneveld

Dus de bruid van Jezus moet uit Jezus komen / geboren worden zoals Eva uit Adam kwam.
Waarom moeten wij uit Jezus komen/geboren worden?
Wat uit vlees geboren is, is vlees! Wij zijn vlees en God is geest.
God is een Geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.
Johannes 4:24

Wederom geboren worden dat doe je door water en geest.
Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan. Johannes 3:5
Water is de doop, geest is de Heilige Geest = God.
We gaan dan van het koninkrijk van de duisternis het leven in zonden, ongehoorzaamheid
naar het koninkrijk van het licht = God.
Maar hoe gaan we nu van de duisternis naar het licht? Door De Deur!
Ik ben de Deur; indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan, en weide vinden. Johannes 10:9
Als we wederom geboren worden gaan we door De Deur en Die Deur is Jezus.
Door wedergeboorte worden we uit water en geest geboren en sterven we aan ons vlees onze oude ik.
Of weet jij niet, dat zovelen als wij in Christus Jezus gedoopt zijn, wij in Zijn dood gedoopt zijn?
Wij zijn dan met Hem begraven, door de doop in de dood, opdat, gelijkerwijs Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid van de Vader, alzo ook wij in nieuwigheid van het leven wandelen zouden. Romeinen 6:3 en 4.
In Welken jij ook besneden bent met een besnijdenis, die zonder handen geschiedt, in de uittrekking van het lichaam van de zonden van het vlees, door de besnijdenis van Christus;
Zijnde met Hem begraven in de doop, in welken jij ook met Hem opgewekt bent door het geloof door de werking van God, Die Hem uit de doden opgewekt heeft. Kolossenzen 2:11 en 12.

Nog een prachtig beeld wat binnen de wedergeboorte past is het feit dat er een dier geslacht moest worden, er moest bloed vloeien, Adam en Eva moesten omkleed worden na hun val in het paradijs.

En de HEERE God maakte voor Adam en zijn vrouw rokken van vellen, en toog ze hun aan.
Genesis 3:21

En alle dingen worden bijna door bloed gereinigd naar de wet, en zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving. Hebreeën 9:22

Adam en eva werden omkleed met rokken van vellen door de Heere God Zelf!
Maar doet aan de Heere Jezus Christus, en verzorgt het vlees niet tot begeerlijkheden.
Romeinen 13:14

Adam en Eva waren een prachtige voorafschaduwing van de betekenis van de wedergeboorte.

Noach.
Noach (Hebreeuws: נוֹחַ, Noah, Noë, `rust` of `vertroosting, Arabisch: نوح, Nuh, Noeh) was volgens de Hebreeuwse Bijbel 480 jaar oud toen hij naar Gods instructies een ark bouwde om daarmee 120 jaar later de zondvloed te overleven (Genesis 6-9) en daarmee stamvader van alle huidige mensen te worden, omdat hij, zijn vrouw en zijn zonen Sem, Cham en Jafet met hun vrouwen als enigen de vloed overleefden (Genesis 5:32).
Noach is de tiende en laatste van de patriarchen (aartsvaders) van voor de zondvloed in de tradities van de Abrahamitische religies. ( De aartsvaders van vóór de Zondvloed (antediluviaal) zijn: Adam, Seth, Enos, Kenan, Mahalalel, Jered, Henoch, Methuselem, Lamech,Noach Gen. 5). Zijn verhaal komt voor in de Hebreeuwse Bijbel, de Koran en Baha’i-geschriften. Er wordt naar Noach verwezen in verschillende andere boeken van de Bijbel, waaronder het Nieuwe Testament, en in bijbehorende Deuterocanonieke boeken.
We lezen in Jesaja 54:9 over Noach i.v.m. het feit dat het verbond van vrede van God met Israël niet zal wankelen.
En in Ezechiël 14:14 en 20 lezen we Noach i.v.m. de rechtvaardigheid van de kastijdingen van God.

Jezus maakte melding van Noach in zijn rede op de Olijfberg:
“Zoals het was in de dagen van Noach, zo zal het zijn wanneer de Mensenzoon komt. Want zoals men in de dagen voor de vloed alleen maar bezig was met eten en drinken, met trouwen en uithuwelijken, tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging, en zoals men niet wist dat de vloed zou komen, totdat die kwam en allen wegnam, zo zal het ook zijn wanneer de Mensenzoon komt” Mattheüs 24:37-39.`

Ark van het verbond
Opnieuw een Schitterende openbaring van onze Heere Jezus Christus. De Ark!
Als de Tabernakel beschreven word in de Bijbel begint God met de ark. Nee, niet de poort, maar het allereerste wat beschreven word in de Bijbel is de ark.
Waarom? Waarom eerst de ark? Omdat God met Zichzelf begint! God begint met Zijn woonplaats.
GOD STAAT OP DE ALLEREERSTE PLAATS!

De Ark wordt 180 keer genoemd in de Bijbel, het was het belangrijkste meubelstuk in de Tabernakel!
En de Ark spreekt op een heerlijke wijze van de Heere Jezus!
Zoals de Ark de woonplaats van God was, zo was ook de Heere Jezus de woonplaats van God toen Hij hier op aarde rondwandelde.

Kolossenzen 1:19 en 20 – Want het is het welbehagen van de Vader geweest, DAT IN HEM (Jezus) AL DE VOLHEID WONEN ZOU; En dat Hij, door Hem vrede gemaakt hebbende door het bloed van Jezus aan het kruis, door Hem, zeg ik, alle dingen verzoenen zou tot Zichzelf, hetzij de dingen, die op de aarde, hetzij de dingen die in de hemelen zijn.

Kolossenzen 2:9 – Want in Hem (Jezus) woont al de volheid van de Godheid lichamelijk; Hij heeft de weg naar de zegeningen van het hemelse land vrijgemaakt door voor de gemeente het oordeel – waarvan het water hier een beeld is (Ps. 42:8 8 Watervloed roept tot watervloed, terwijl Uw waterkolken bruisen; al Uw baren en Uw golven zijn over mij heen gegaan.) – te ondergaan.

Exodus 25:10 en 11 – Zo zullen zij een ark van sittimhout maken; twee ellen en een halve zal haar lengte zijn, en anderhalve el haar breedte, en anderhalve el haar hoogte. En u zult ze met louter goud overtrekken, van binnen en van buiten zal u ze overtrekken; en u zal op dezelve een gouden krans maken rondom heen.

Sittem hout / Acacia hout – enigste houtsoort dat niet vergaat. Het is een verdraaide houtsoort, zo ongeveer on bewerkelijk. Dat wijst op ons als mensen, wij zijn een krom en verdraaid geslacht.
Fil. 2:15
Dat zo ongeveer on bewerkelijk wijst op onze heiligmaking.
Dat hout werd met Goud overtrokken, is beeld van het omkleden met Christus. Gal. 3:27

Op die ark lag een verzoendeksel. Ex 25:17, 21 en 22. Daar woonde God!

De ark gaat mee door de Jordaan. De ark in het midden van het water van de Jordaan. Die ark sprak van de Heere Jezus Christus.
Zo spreekt de ark van Noach ook van de Heere Jezus Christus.
alles wat Mozes maakte voor de Tabernakel wijst op de Heere Jezus Christus, maar ook de boot die Noach bouwde wijst op de Heere Jezus Christus.

Nu komen we bij de Schriftverwijzingen naar Noach i.v.m. de wedergeboorte.
Die eertijds ongehoorzaam waren, wanneer de lankmoedigheid Gods eenmaal verwachtte, in de dagen van Noach, als de ark toebereid werd; waarin weinige (dat is acht) zielen behouden werden door het water.
Waarvan het tegenbeeld, de doop, ons nu ook behoudt, niet die een aflegging is van vuiligheid van het lichaam, maar die een vraag is van een goed geweten tot God, door de opstanding van Jezus Christus; 1 Petrus 3:20 en 21

Zoals Noach en de acht zielen behouden werden in de ark op/door het water, zo worden wij behouden door het water!
Waarom?
Omdat de ark een beeld is van onze Heere Jezus Christus! We worden behouden door Zijn volbrachte werk. En we hebben gezien dat het moment van onder water zijn door de doop, dat God Zijn werk doet, wij sterven met Christus en staan op in een nieuw leven met Christus!

Een waarschuwing.
2 Petrus 2:5 en 6: En de oude wereld niet heeft gespaard, maar Noach, de prediker van gerechtigheid, zijn achttal bewaard heeft, als Hij de zondvloed over de wereld van goddelozen heeft gebracht; En de steden van Sodom en Go Morra tot as verbrandende met omkering veroordeeld heeft, en tot een voorbeeld gezet degenen, die goddeloos zouden leven;

Opnieuw een ernstige waarschuwing tegen dwaalleraars en goddeloos leven.

We zien opnieuw een enorme scherpe scheidslijn tussen mensen die goddeloos leven en mensen die rechtvaardig leven. En Noach en zijn acht zielen vervulden de gerechtigheid.
Maar Noach, de prediker van gerechtigheid… 2 Petr. 2:5.

Hoe vervulde Noch de gerechtigheid?
Hij predikte gerechtigheid en zat in de ark, op het water.

Waarom is de ark een beeld van de Heere Jezus Christus?
We zien hier een voorafschaduwing van de Heere Jezus, die tegen Johannes zegt: Alzo moeten wij de gerechtigheid vervullen.

Maar Jezus, antwoordende, zei tot hem: Laat nu af; want aldus betaamt ons alle gerechtigheid te vervullen. Toen liet hij van Hem af.
En Jezus, gedoopt zijnde, is terstond opgeklommen uit het water; en ziet, de hemelen werden Hem geopend, en hij zag de Geest van God nederdalen, gelijk een duif, en op Hem komen.
En ziet, een stem uit de hemelen, zeggende: Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Dewelke Ik Mijn welbehagen heb! Mattheüs 3:15 t/m 17

We reizen verder en sluiten ons aan bij de route van redding ons geopenbaard in de uittocht van Egypte.

Slavernij.
Romeinen 1,2 en 3

Het volk Israël leefde in slavernij als slaven van de farao van Egypte
We lezen dit in Exodus 1 t/m 12

Het Volk Israël is (het beeld van) het volk van God, dat in slavernij (= beeld van gebondenheid aan de zonde) leeft in Egypte (= beeld van de wereld zonder God).
Een treffend beeld van de mens die nu in deze wereld leeft zonder God.
Let op! Een leven zonder God in deze wereld, is een leven als slaaf van de zonde, onder de koning van de duisternis!

WIE GOD NIET TOT ZIJN VADER HEEFT, HEEFT DE DUIVEL TOT ZIJN VADER!
Jullie zijn uit de vader de duivel, en wilt de begeerten van uw vader doen; die was een mensenmoordenaar van het begin, en is in de waarheid niet staande gebleven; want geen waarheid is in hem. Wanneer hij de leugen spreekt, zo spreekt hij uit zijn eigen; want hij is een leugenaar, en de vader van de leugen. Johannes 8:44

Dan leef je in de zonde = ongehoorzaamheid, de Bijbel gebruikt het beeld van zuurdesem.
Romeinen 1,2 en 3.

Mijn en jouw staat voordat we wedergeboren zijn, weg uit Egypte en overgegaan zijn van het rijk van de duisternis tot het rijk van het licht, in Jezus Christus:

Wat dan? Zijn wij uitnemender? zeker niet; want wij hebben te voren beschuldigd beiden Joden en Grieken (heidenen), dat zij allen onder de zonde zijn;
Gelijk geschreven is: Er is niemand rechtvaardig, ook niet een;
Er is niemand, die verstandig is, er is niemand, die God zoekt.
Allen zijn zij afgeweken, tezamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot een toe.
Hun keel is een geopend graf; met hun tongen plegen zij bedrog; slangenvenijn is onder hun lippen.
Welke mond vol is van vervloeking en bitterheid;
Hun voeten zijn snel om bloed te vergieten;
Vernieling en ellendigheid is in hun wegen;
En de weg van vrede hebben zij niet gekend.
Er is geen vreze voor God voor hun ogen.
Wij weten nu, dat al wat de wet zegt, zij dat spreekt tot degenen, die onder de wet zijn; opdat alle mond gestopt worde en de gehele wereld voor God verdoemelijk zij.
Daarom zal uit de werken van de wet geen vlees gerechtvaardigd worden, voor Hem; want door de wet is de kennis van zonde. Romeinen 3:9 t/m 20

Jullie liepen wel; wie heeft u verhinderd de waarheid niet gehoorzaam te zijn?
Dit gevoelen is niet uit Hem, Die u roept.
Een weinig zuurdesem (zonde, ongehoorzaamheid) verzuurt het gehele deeg.
Galaten 5:7 t/m 9

Bekering.
Romeinen 4 en 5.

Het volk Israël ziet op de voorafschaduwing op het offer van Jezus Christus en keert Egypte (= wereld zonder God) de rug toe en verlaat Egypte. Exodus 12 en 13.

De HEERE nu had tot Mozes en tot Aaron in Egypteland gesproken, zeggende:
Deze zelfde maand zal jullie het hoofd van de maanden zijn; zij zal u de eerste van de maanden van het jaar zijn.
Spreekt tot de hele vergadering van Israël, zeggende: Aan de tienden van deze maand neemt men een iegelijk een lam, naar de huizen van de vaderen, een lam voor een huis.
Maar als een huis te klein is voor een lam, zo neemt hij het en zijn nabuur, de naaste aan zijn huis, naar het getal van de zielen, een iegelijk naar dat hij eten kan; jullie zullen rekening maken naar het lam.
Jullie zullen een volkomen lam (wijst op de Heere Jezus Christus) hebben, een mannetje, een jaar oud; van de schapen of van de geitenbokken zullen jullie het nemen.
En jullie zullen het in bewaring hebben tot de veertienden dag van deze maand; en de hele gemeente van de vergadering van Israël zal het slachten tussen twee avonden.
En zij zullen van het bloed (Wijst op het bloed van de Heere Jezus Christus) nemen, en strijken het aan de beide zijposten, en aan de bovendorpel, aan de huizen in welke zij het eten zullen.
En zij zullen het vlees eten in die zelfde nacht, aan het vuur gebraden, met ongezuurde broden; zij zullen het met bittere saus eten.
Jullie daarvan niet rauw eten, ook geenszins in water gezoden; maar aan het vuur gebraden, zijn hoofd met zijn schenkels en met zijn ingewand.
Jullie zullen daarvan ook niet laten overblijven tot de morgen; maar hetgeen daarvan overblijft tot de morgen, zullen jullie met vuur verbranden.
Aldus nu zullen jullie het eten: uw lenden zullen opgeschort zijn, uw schoenen aan uw voeten, en uw staf in uw hand; en jullie zullen het met haast eten; het is het pascha van de HEEREN.
Exodus 12:1 t/m 11

Een schitterend beeld van bekering en het, vergeven worden door het bloed van de Heere Jezus.

We lezen ook Exodus 12:22 en 23; Neemt dan een bundeltje hysop, en doopt het in het bloed, dat in een bekken (schaal) zal wezen; en strijkt aan de bovendorpel, en aan de beide zijposten van dat bloed, hetwelk in het bekken zijn zal; maar u aangaande, niemand zal uitgaan uit de deur van zijn huis, tot aan de morgen.
Want de Heere zal doorgaan, om de Egyptenaren te slaan; doch wanneer Hij het bloed zien zal aan de bovendorpel en aan de twee zijposten, zo zal de Heere de deur voorbijgaan, en de verderver niet toelaten in uw huizen te komen om te slaan.

Nu lezen we Johannes 19:29 en 30; Daar stond dan een vat vol edik, en zij vulden een spons met edik, en omlegden ze met hysop, en brachten ze aan Zijn mond.
Toen Jezus dan de edik genomen had, zei Hij: Het is volbracht! En het hoofd buigende, gaf de geest.

Waarom hysop?
Leviticus 14:4 Zo zal men de priester opdracht geven om twee levende reine vogels en wat cederhout, scharlaken garen en hysop te brengen voor de te reinigen persoon.”

Hysop vinden we terug in het Oude en Nieuwe Verbond in de Bijbel, en wordt vaak in verband gebracht met het proces van reiniging.

Ont zondig mij met hysop, en ik zal rein zijn; was mij, en ik zal witter zijn dan sneeuw.
Psalm 51:7

Gedeeltes over hysop in het Oude Testament zijn verbonden met het bloed van dierenoffers.
En dat bloed van die dierenoffers wees op het bloed van onze Heere Jezus Christus.

Waarom?
Hebreeën 9:13-14 Het bloed van bokken en stieren en de as van een vaars, gesprenkeld over degenen die ceremonieel onrein zijn, heiligen hen zodat ze uiterlijk rein zijn. Hoeveel te meer zal dan het bloed van Christus, die door de eeuwige Geest offerde zichzelf onbesmet aan God, reinig ons geweten van daden die tot de dood leiden, zodat we de levende God kunnen dienen!

Een voorafschaduwing van het avondmaal.
Nee, de Israëlieten vierden geen avondmaal omdat Jezus nog niet in het vlees gekomen was en ze geen deel konden nemen aan het lichaam van Christus. Dat was simpelweg nog niet geopenbaard!

Laten we het lezen.
Jezus dan zei tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik jullie: Tenzij dat jullie het vlees van de Zoons van mensen eet, en Zijn bloed drinkt, zo hebben jullie geen leven in jezelf.
Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die heeft het eeuwige leven; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.
Want Mijn vlees is waarlijk Spijs, en Mijn bloed is waarlijk Drank.
Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die blijft in Mij, en Ik in hem.
Gelijkerwijs Mij de levende Vader gezonden heeft, en Ik leef door de Vader; alzo die Mij eet, dezelve zal leven door Mij.
Dit is het Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; niet gelijk jullie vaders het Manna gegeten hebben, en zijn gestorven. Die dit Brood eet, zal in de eeuwigheid leven. Johannes 6:53 t/m 58

In Egypte was De Christus nog niet door de Vader gezonden.

Met het avondmaal drinken wij van de wijn = beeld van het vergoten bloed van de Heere Jezus Christus en eten wij brood = beeld van het verbroken lichaam van onze Heere Jezus Christus.

Het tweede punt waarom het volk Israël het avondmaal niet konden eten, ze waren (nog) niet wederom geboren, ze waren zich aan het bekeren!

En zij zullen van het bloed (Wijst op het bloed van de Heere Jezus Christus) nemen, en strijken het aan de beide zijposten, en aan de bovendorpel, aan de huizen in welke zij het eten zullen.
Wie het bloed aan de deurposten en de bovendorpel had, was niet alleen gehoorzaam geweest door het lam te slachten, maar schuilde letterlijk achter het bloed van het lam. Zoals Adam en Eva bekleed werden met de huid van een klaarblijkelijk geslacht dier. De Israëlieten werden in Egypte opnieuw gewezen op het principe dat iemand moest sterven voor hun zonden.
De deur een beeld van de Heere Jezus, “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Ik ben de Deur voor de schapen” (Johannes 10:7b).

DE HEERE JEZUS CHRISTUS, HET LAM VOOR ONS GESLACHT.
Als dezelve geëist werd, toen werd Hij verdrukt; maar Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij tot de slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open. Jesaja 53:7

En ik was als een lam, als een os, die geleid wordt om te slachten; want ik wist niet, dat zij gedachten tegen mij dachten, zeggende: Laat ons de boom met zijn vrucht verderven, en laat ons hem uit het land van de levenden uitroeien, dat (aan) zijn naam niet meer gedacht word. Jeremia 11:19

En de plaats van het Schriftgedeelte, die hij las, was deze: Hij is gelijk een schaap ter slachting geleid; en gelijk een lam stemloos is voor die, die het scheert, alzo doet Hij Zijn mond niet open.
Handelingen 8:32

De andere dag zag Johannes Jezus tot zich komende, en zei: Zie het Lam van God, Dat de zonde van de wereld wegneemt! Johannes 1:29

Zuivert dan de oude zuurdesem uit, opdat jij een nieuw deeg zijn mag, gelijk jij ongezuurd bent. Want ook ons Pascha is voor ons geslacht, namelijk Christus. 1Korinthe 5:7

Wetende dat jullie niet door vergankelijke dingen, zilver of goud, verlost zijn uit jullie ijdele wandeling, die u van de vaderen overgeleverd is; Maar door het dierbaar bloed van Christus, als van een onbestraffelijk en onbevlekt Lam; 1 Petrus 1:18 en 19

Het bloed van de Heere Jezus Christus reinigt ons van onze zonden, ongehoorzaamheid.
Maar als wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, zo hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde. 1 Johannes 1:7

De Israëlieten bekeerden zich, begonnen in het licht te wandelen.
De Israëlieten waren vergeven en beleefden hun wandel in vrijheid, de banden van de slavernij waren verbroken!

Dan vertrekt het volk Israël, weg uit Egypte, De zonden de rug toegekeerd, beginnen ze de reis door de woestijn = beeld van de wereld waarin wij leven.

En het is gebeurd, toen Farao het volk had laten trekken, zo leidde hen God niet op de weg van het land van de Filistijnen, hoewel die nader / korter was; want God zei: Dat het, het volk niet berouwd, als zij de strijd zien zouden, en terugkeren naar Egypte.
Maar God leidde het volk om, langs de weg van de woestijn tot de Schelf zee. De kinderen van Israël nu togen bij vijven uit Egypteland.
Exodus 13:17 en 18

En nu moeten we goed opletten! Er gebeurd iets bijzonders, wat op het eerste gezicht niet zo bijzonder lijkt! God zelf leid de Israëlieten niet de kortste weg, met de reden om Egyptische garnizoens steden uit de weg te gaan. Om zo een oorlog te vermijden, waardoor de Israëlieten gedemotiveerd konden raken en terug wilden naar Egypte. Nee, God leid de Israëlieten over een langere weg naar de schelf zee!

God leidt Israël niet langs de weg van demonische bolwerken (=Egyptische garnizoens steden) en houd ons niet onder toezicht van de vorst van de duisternis.(= Farao)

Waarom niet?
Omdat we dan nooit Kanaän, het beloofde land zouden zien en binnen gaan! (Johannes 3)
Want God zei: dat het volk zich niet berouwd als zij de strijd zien (= strijd met demonische bolwerken) die staan onder leiding van de vorst van de duisternis, en ontmoedigd raken door die strijd en de mogelijke vele verliezen, en terug keren naar Egypte en Farao (= Het leven zonder God onder leiding van de vorst van de duisternis)

Het volk van Israël had zich bekeerd, de zonde de rug toegekeerd, maar nog niet dood voor de zonde, ze waren uit Egypte vertrokken (bekering) maar Egypte moest nog uit Israël. (wedergeboorte)

En hoe leid God?
En de Heere ging voor hun aangezicht, overdag in een wolkkolom, dat Hij hen op den weg leidde, en in de nacht in een vuurkolom, dat Hij hen lichtte, om voort te gaan dag en nacht.
Hij nam de wolkkolom overdag, noch de vuurkolom in de nacht niet weg van het aangezicht van het volk. Exodus 13:21 en 22

Dit laat de betrouwbaarheid van God zien, Hij week niet van Zijn volk wat zich tot Hem bekeerd had, overdag niet en s `avonds niet!

Ziende op de oversten Leidsman en Voleinder van het geloof, Jezus, Dewelke, voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen, en schande veracht, en is gezeten ter rechter van de troon van God. Hebreeën 12:2

De Wolkkolom en Vuurkolom zijn vanuit het oude verbond gezien God De Vader, en vanuit het Nieuwe Verbond onze Heere Jezus Christus!
Hoe is dat mogelijk? God is één!

Hoor, Israël! de Heere, onze God, de Heere (is) één / alleen
Deuteronomium 6:4

Ik (Jezus) en de Vader zijn één.
Johannes 10:30

Want Drie zijn er, Die getuigen in den hemel, de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn Een.
En drie zijn er, die getuigen op de aarde, de Geest, en het water, en het bloed; en die drie zijn tot een. 1 Johannes 5:7 en 8

We gaan een momentje diepzeeduiken.
En dat doen we door het Woord te laten spreken.

De berg Sinaï.
En de Heere ging voor hun aangezicht, overdag in een wolkkolom, dat Hij hen op den weg leidde, en in de nacht in een vuurkolom, dat Hij hen lichtte, om voort te gaan dag en nacht.
Hij nam de wolkkolom overdag, noch de vuurkolom in de nacht niet weg van het aangezicht van het volk. Exodus 13:21 en 22

En het geschiedde op den derde dag, toen het morgen was, dat er op den berg donderen en bliksemen waren, en een zware wolk, en het geluid van een zeer sterke bazuin, zodat al het volk verschrikte, dat in het leger was.
En Mozes leidde het volk uit het leger, God tegemoet; en zij stonden aan het onderste van de berg.
En de hele berg Sinaï rookte, omdat de Heere op dezelve neer kwam in vuur; en zijn rook ging op, als de rook van een oven; en de hele berg beefde zeer. Exodus 19:16 t/m 18

Mozes nu en Aaron klommen opwaarts, ook Nadab en Abihu, en zeventig van de oudsten van Israël.
En zij zagen de God van Israël, en onder Zijn voeten als een werk van saffierstenen, en als de gestalte van de hemel in Zijn klaarheid. Exodus 24:9 en 10

We zien hier dat Mozes en Aaron en de anderen God zagen.
En wat zijn de manifestaties? Wolken, vuur en bliksemen.

De kruisiging.
En van de zesde ure aan werd er duisternis (wolken) over de gehele aarde, tot de negende ure toe.
En ziet, het voorhangsel van de tempel scheurde in tweeën, van boven tot beneden; en de aarde beefde, en de steenrotsen scheurden.

De opstanding.
En ziet, er geschiedde een grote aardbeving; want een engel van de Heeren, nederdalende uit de hemel, kwam toe, en wentelde de steen af van de deur, en zat op dezelve.
En zijn gedaante was gelijk een bliksem, en zijn kleding wit gelijk sneeuw.

Pinksteren = uitstoring van de Heilige Geest.
En er geschiedde haastig uit de hemel een geluid, gelijk als van een geweldigen, gedreven wind, en vervulde het gehele huis, waar zij zaten.
En van hen werden gezien verdeelde tongen als van vuur, en het zat op een iegelijk van hen.
Handelingen 2:2 en 3

En als zij gebeden hadden, werd de plaats, in welke zij vergaderd waren, bewogen. En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en spraken het Woord Gods met vrijmoedigheid.
Handelingen 4:31

Zowel op de berg Sinaï als bij de kruisiging, de opstanding en uitstorting van de Heilige Geest zien we manifestaties van wolken, vuur, bliksem en een aardbeving. De God van Israël!

Belangrijk!
Op de dag dat Mozes de Thora ontving van God, vind het wekenfeest plaats.
Het was ten diepste een huwelijksverbond wat God met het Volk Israël sloot bij de berg Sinaï.
Een huwelijksverbond met de bevrijde Hebreeuwse slaven.

De Joodse overleveringen zijn een stevige basis.
In de derde maand, na het uittrekken van de kinderen van Israël uit Egypteland, te zelfde dagen kwamen zij in de woestijn Sinaï. Exodus 19:1
Dit was 45 dagen na de uittocht.
En het geschiedde op de derde dag, toen het morgen was, dat er op den berg donderen en bliksemen waren, en een zware wolk, en het geluid van een zeer sterke bazuin, zodat al het volk verschrikte, dat in het leger was.
Dit was 2 volle dagen na de ontmoeting met de oudsten. Op de morgen van de derde dag werd de wet gegeven. Dat bracht het volk op de 50e dag.

Heb jij je wel eens afgevraagd waarom God na de Hemelvaart precies het Pinksterfeest gebruikte voor de uitstorting van de Heilige Geest en niet een willekeurige andere dag? In het Oude Verbond lezen we dat God verscheen op de berg en het volk zag rook en vuur en God kwam met kracht. In het Nieuwe Testament lezen we dat God met vuur en kracht over de gelovigen in de bovenzaal kwam. In het Oude Verbond lezen we dat er door ongeloof 3000 mensen sterven, in het nieuwe testament lezen we dat er – niet toevallig – 3000 door geloof het eeuwig leven vinden.
Het feit dat Gods Geest werd uitgestort op die dag laat zien dat Heilige Geest alles te maken heeft met de wet van God die het volk Israël ontving op de berg Sinaï.

Het volk Israël kwam op pinksterdag op de 50e dag, op de sabbat bij de Berg Sinaï, daar waar de vinger van God de wet op stenen tafelen schreef, schrijft de vinger van God Zijn wet met Pinksteren (Handelingen 2) op de ons hart. En de vuurkolom die we op de berg Sinaï zien, zien we in Handelingen 2 op de hoofden van de Discipelen. Als we dat schriftgedeelte uitwerken zien we dat die vuurkolom als een hand naar beneden kwam die zich uitsplitste in verschillende tongen, verschillende vingers is dat letterlijk, over de Discipelen. Dus de wil van God wort op de tafelen van ons hart geschreven door de Heilige Geest. Dat resulteerde in Handelingen 2:41 en 42: Die dan zijn woord gaarne aannamen, werden gedoopt; en er werden op dien dag tot hen toegedaan omtrent drie duizend zielen.
En zij waren volhardende in de leer de apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden.

De wetgeving op de Sinaï refereert duidelijk naar het Pinksteren uit Handelingen.
Dit mogen wij niet los zien van elkaar.

We zien hier een schitterende openbaring!
1- De wetgeving op de berg Sinaï werd geschreven in stenen tafelen = Oude Verbond.
2- Bij de uitstorting van de Heilige Geest word de wet op de tafelen van vlees geschreven in ons hart.

1- Exodus 19
2- Handelingen 2

1- Oude Verbond
2- Nieuwe Verbond.

Dan zal Ik rein water op u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw drekgoden zal Ik u reinigen.
En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwen geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een hart van vlees geven.
En Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken, dat gij in Mijn inzettingen zult wandelen, en Mijn rechten zult bewaren en doen. Ezechiël 36: 25 t/m 27

Want met één offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen, die geheiligd worden.
En de Heilige Geest getuigt het ons ook;
Want nadat Hij te voren gezegd had: Dit is het verbond, dat Ik met hen maken zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten geven in hun harten, en Ik zal die inschrijven in hun verstanden;
En hun zonden en hun ongerechtigheden zal Ik geenszins meer gedenken.
Waar nu vergeving dezelve is, daar is geen offerande meer voor de zonde.
Hebreeën 10:14 t/m 18

Nu komen we bij het tweede gedeelte van deze weg van verlossing uit het oude verbond opgetekend in Exodus.

1- Het Lam als geslacht. Het verbroken lichaam, en het vergoten bloed wat ons leven en vrijheid geeft. Exodus 12:1 t/m 11

NU KOMEN WE BIJ DE SCHELFZEE.
Eerste generatie, doop in Mozes = beeld van Jezus.
Romeinen 6 en 7

God leidde Israël naar de Schelf zee! Exodus 13:18

Toen sprak de Heere tot Mozes, zeggende:
Spreek tot de kinderen Israëls, dat zij wederkeren, en zich legeren voor Pi-hachiroth, tussen Migdol en tussen de zee, voor Baal-zefon; daar tegenover zult gij u legeren aan de zee.
Exodus 14:1 en 2

God leid jouw en mij NA! onze bekering naar het water!

De Heere zal voor jullie strijden, en jullie zullen stil zijn.
Exodus 14:14

Dit is van levensbelang! Wees gehoorzaam, wees stil en je zal zien dat de Heere voor jullie zal strijden. Ja ook vandaag, Gods Woord legt het ons uit!

En de Engel van God, Die voor het heer van Israël ging, vertrok, en ging achter hen; de wolkkolom vertrok ook van hun aangezicht, en stond achter hen.
Toen Mozes zijn hand uitstrekte over de zee, zo deed de HEERE de zee weggaan, door een sterken oostenwind, die hele nacht, en maakte de zee droog, en de wateren werden gekliefd.
En de kinderen Israëls zijn ingegaan in het midden van de zee, op het droge; en de wateren waren hun een muur, aan hun rechter hand en aan hun linkerhand.

Ondergang der Egyptenaren
En de Egyptenaren vervolgden hen, en gingen in, achter hen, al de paarden van Farao, zijn wagens en zijn Ruiters, in het midden van de zee.
En het gebeurde in dezelfde morgenwake, dat de HEERE, in de kolom van vuur en de wolk, zag op het leger van de Egyptenaren; en Hij verschrikte het leger van de Egyptenaren.
En Hij stiet de raderen hunner wagens weg, en deed ze moeilijk voortgaan. Toen zeiden de Egyptenaren: Laat ons vluchten van het aangezicht van Israël, want de HEERE strijdt voor hen tegen de Egyptenaren.
En de HEERE zei tot Mozes: Strek uw hand uit over de zee, dat de wateren Terugkeren over de Egyptenaren, over hun wagens en over hun ruiters.
Toen strekte Mozes zijn hand uit over de zee; en de zee kwam terug, tegen het aanbreken van de morgenstond, tot haar kracht; en de Egyptenaren vluchtten die tegemoet; en de HEERE stortte de Egyptenaren in het midden der zee.
Want als de wateren terugkeerden, zo bedekten zij de wagens en de ruiters van het hele heir van Farao, dat hen nagevolgd was in de zee; er bleef niet een van hen over.
Exodus 14:19, 21 t/m 28

Wat gebeurt hier allemaal?
1- God zelf gaat tussen het rijk van de duisternis en het volk staan.
2- Het volk moet stil zijn.
3- Mozes strekt zijn hand uit, en laat het volk door de Schelf zee gaan.
4- God strijd zelf voor het volk van Israël.
5- De machten en hun heer zijn compleet verslagen er bleef er niet één over!

Maar de kinderen Israëls gingen op het droge, in het midden van de zee; en de wateren waren hun een muur, aan hun rechter hand en aan hun linkerhand.
Alzo verloste de Heere Israël aan die dag uit de hand der Egyptenaren; en Israël zag de Egyptenaren dood aan de oever van de zee.
Ook zag Israël de grote hand, die de Heere aan de Egyptenaren bewezen had; en het volk vreesde de Heere, en geloofde in de Heere, en aan Mozes, Zijn knecht. Exodus 14:29 t/m 31

En wat gebeurd hier?
1- Israël kwam veilig aan de overkant.
2- Ze zagen de duisternis met zijn heer dood aan de oever van de zee.
3- Ze geloofde in de Heere en vreesden Hem!

Wat we hierboven gezien hebben zijn 8 openbaringen die ook letterlijk geopenbaard worden in een Bijbelse wedergeboorte.

Zoals het volk Israël uit een wereld van het leven zonder God, in slavernij aan zonde, onder de macht van de duisternis bevrijd werd, door de hand van God Zelf, door de gehoorzaamheid van Mozes aan God, zo worden wij bevrijd, uit een leven in deze wereld, van een leven zonder God, in slavernij aan de zonde, onder de macht van de vorst van de duisternis, door oprechte wedergeboorte.

WEDERGEBOORTE

1- God zelf staat tussen het rijk van de duisternis en de gelovige door de Zoon, De Heere Jezus Christus.
2- Wij zijn stil voor het moment, en tijdens het moment dat wij onder water gaan.
3- We worden gedoopt in water, en gaan helemaal onder.
4- In dat moment van het onder water zijn, strijd God voor de gelovige en laat hem sterven met Christus, en in een nieuw leven opstaan met Christus.
5- De macht van de zonde wordt 100% verbroken en de gelovige word gered van zijn zonden.
6- De gelovige staat op uit het water en is van het koninkrijk van de duisternis overgegaan naar het koninkrijk van het licht.
7- De gelovige weet dat zijn zonden begraven liggen in het water, hij laat het water achter zich.
8- De gelovige gelooft in God en leeft zijn leven in vreze (ontzag, eerbied) voor Hem.

Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren word, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien. Zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan”. Johannes 3:3 en 5

Acht stappen die een Bijbelse wedergeboorte maken. Het gaan door de Schelf zee, het gedoopt worden in water.

Het is in dit opzicht goed om even een blik te werpen op het getal acht. Het getal acht heeft in het Hebreeuws een letterwaarde.
Het Hebreeuws voor het getal 8 is shemoneh. Dit is afgeleid van de wortel shameen, dat `vet maken`, `bedekken met vet` of `overvloedig laten zijn` betekend. Het deelwoord duidt iemand aan die `overvloedig is in kracht, etc.` Als zelfstandig naamwoord betekend het `zeer overvloedige vruchtbaarheid, olie`, etc. Als getal is het daarom het getal van de overvloed. Zoals het getal 7 op volmaaktheid in rust, etc. duidt (denk aan de 7e dag). Zo wijst het getal 8 op datgene wat de 7 overstijgt, en is het tegelijk de 1e van een nieuwe reeks. Zo vertegenwoordigt dit getal zowel de 1 als de 8. De Eerste en de Laatste.

Nog een belangrijk gegeven wat we door heel Gods Woord terug lezen is lofprijzing.
Maar U bent Heilig, wonende op ( S.V. onder) de lofgezangen van Israël. Psalm 22:4

Na de doortocht door de Schelf zee, zingen het volk Israël en Mozes een lied.
Dit lezen we in Exodus 14:1 t/m 21

Toen zong Mozes en de kinderen van Israël de Heere dit lied, en spraken, zeggende: Ik zal de Heere zingen; want Hij is hogelijk verheven! Het paard en zijn ruiter heeft Hij in de zee geworpen.
En Mirjam, de profetes, Aarons zuster, nam een trommel in haar hand; en al de vrouwen gingen uit, haar na, met trommelen en met reien.
Toen antwoordde Mirjam het volk Israël en Mozes: Zingt de Heere; want Hij is hogelijk verheven! Hij heeft het paard met zijn ruiter in de zee gestort! Exodus 14:1, 20 en 21

Israëls lofgezangen die Gods heiligheid en heilsdaden roemen (Psalm 22:4 en 6), vormen de eretroon waarin Hij in Koninklijke Majesteit zit. Het vers geeft aan dat God grote waarde hecht aan wat Hem toegezongen word en vormt dan ook een aansporing, om de lofzang gaande te houden! De echte lofzang brengt God dichtbij! Vgl. Ef. 5:19; kol 3:16; Jakobus 5:13.

Dat lezen we ook in de volgende verzen.
Op U hebben onze vaders vertrouwd; zij hebben vertrouwd, en U hebt hen uitgeholpen.
Tot U hebben zij geroepen, en zijn uit gered; op U hebben zij vertrouwd, en zijn niet beschaamd geworden. Psalm 22:5 en 6

We reizen verder met het volk Israël.
Er rijst twijfel onder het Volk van Israël.

En hij noemde de naam van die plaats Massa en Meriba, om de twist va de kinderen van Israël, en omdat zij de Heere verzocht hadden, zeggende: Is de Heere in het midden van ons, of niet?

Ook wij als wederom geboren gelovigen kunnen door het zien op onze omstandigheden gaan twijfelen en zeggen: Is de Heere in het midden van ons, of niet?

Een prachtig voorbeeld zien we in Petrus.
En Petrus antwoordde Hem, en zei: Heere! Als U het bent, zo gebied mij tot U te komen op het water. En Hij zei: Kom. En Petrus klom neder van het schip, en wandelde op het water, om tot Jezus te komen. Maar ziende de sterken wind, werd hij bevreesd, en als hij begon neer te zinken, riep hij, zeggende: Heere, behoud mij!
En Jezus, terstond de hand uitstekende, greep hem aan, en zei tot hem: jij kleingelovige! waarom hebt jij gewankeld? Mattheüs 14:28 t/m 31

Petrus hoorde de Stem van Jezus zeggen: kom. God Zelf riep hem. Petrus gaat, en loopt letterlijk over het water! Over hoge golven en door een sterke wind.
Maar! Petrus begint te twijfelen, kijkt naar de hoge golven en ziet op de sterke wind en werd bang, hij begon in het water te zakken en schreeuwt het uit naar Jezus. En Jezus, toonde Hij begrip voor de situatie? Nee! Hij berispt Petrus en zegt: Waarom? Jij kleingelovige!

De vraag is op jouw en mijn woestijnreis: kijken wij naar Jezus of kijken wij naar onze omstandigheden?

We komen bij de berg Sinaï.
Exodus 19 en Romeinen 6 en 7

Exodus 19
Hier doet God het volk Israël een voorstel en het volk stemt er mee in.
Een verbond ontstaat, het verbond van de wet. Ook wel bekend als het Oude Verbond.

Die zelfde God die Israël door de woestijn leidde in een vuur en wolkkolom, sluit hier een verbond met Zijn volk.

En de Heere toog voor hun aangezicht, overdag in een wolkkolom, dat Hij hen op de weg leidde, en in de nacht in een vuurkolom, dat Hij hen lichtte, om voort te gaan dag en nacht.
Hij nam de wolkkolom overdag, noch de vuurkolom in de nacht niet weg van het aangezicht van het volk. Exodus 13:21 en 22

En de Heere zei tot Mozes: Zie, Ik zal tot u komen in een dikke wolk, opdat het volk hoort, als Ik met u spreek, en dat zij ook eeuwig u geloven. Want Mozes had de Heere de woorden van het volk verkondigd. Exodus 19:9

En het geschiedde op de derde dag, toen het morgen was, dat er op de berg donderen en bliksemen waren, en een zware wolk, en het geluid van een zeer sterke bazuin, zodat al het volk verschrikte, dat in het leger was.
En de hele berg Sinaï rookte, omdat de Heere op dezelve neerkwam in vuur; en zijn rook ging op, als de rook van een oven; en de hele berg beefde zeer. Exodus 19:16 en 18

De wet
Exodus 20:1 t/m 17

Waarom is die wet alleen voor het volk Israël?
De wet was dé leefregel van God voor zijn verloste volk Israël.

Waarom Gaf God Israël de wet?
Door de wet leert het volk Israël zichzelf kennen. Ze kunnen die wet alleen maar overtreden.

Het gouden kalf. Exodus 32
Toen het volk zag, dat Mozes vertoog van de berg af te komen, zo verzamelde zich het volk tot Aaron, en zij zeiden tot hem: Sta op, maak ons goden, die voor ons aangezicht gaan; want deze Mozes, die man, die ons uit Egypteland uitgevoerd heeft, wij weten niet, wat met hem is gebeurd.
Exodus 32:1

Hoelang verbleef Mozes op de berg?
En Mozes ging in het midden van de wolk, nadat hij op de berg geklommen was; en Mozes was op die berg veertig dagen en veertig nachten. Exodus 24:18

Het getal 40
Er zijn 14 van die perioden van 40 jaren die in de schrift opgetekend staan en die perioden zijn doelbewust geregisseerd door onze hemelse Schepper.

Hier is die periode van 40 jaar geregisseerd vanwege de verbinding van dit getal met perioden van beproeving en kastijding (niet in de zin van oordeel). 40 is het product van 5 en 8; en wijst daarom op de werking van genade (5), die leidt tot en uitloopt op herleving en vernieuwing (8).
Dit gaan we later in zijn volle openbaring ontdekken.

We zien nu dat na de wedergeboorte, na verlost te zijn, de vrije wil geëerbiedigd is door God Zelf.
We lezen dit in Exodus 32:1 t/m 29

En hij (Aaron) nam ze uit hun hand, en hij bewerkte het met een griffel, en hij maakte een gegoten kalf daaruit. Toen zeiden zij: Dit zijn uw goden, Israël! die jullie uit Egypteland opgevoerd hebben.
Als Aaron dat zag, zo bouwde hij een altaar voor hetzelve; en Aaron riep uit, en zei: Morgen zal de Heere een feest zijn!
Exodus 32:4 en 5

Het volk Israël onder leiding van Aaron maakte god zichtbaar, om hem te aanbidden.
Zij maakten een kalf bij Horeb, en zij bogen zich voor een gegoten beeld.
En zij veranderden hun Eer in de gedaante van een os, die gras eet.
Zij vergaten God, hun Heiland, Die grote dingen gedaan had in Egypte;
Wonderdaden in het land van Cham; vreselijke dingen aan de Schelf zee.
Psalm 106:19 t/m 22

Wat was de zonde van het Gouden kalf?
Eigenwillige godsdienst!

Meteen na het geven van de wet door God aan Israël, zondigt het volk tegen het 1e, 2e en 3e gebod!
Jullie zullen geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.
Jullie zullen je geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken, van hetgeen boven in den hemel is, noch van hetgeen onder op de aarde is, noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is.
Jullie zullen je voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de Heere jullie God, ben een ijverig God, Die de misdaad van de vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde, en aan het vierde lid degenen, die Mij haten; En doe barmhartigheid aan duizenden degenen, die Mij liefhebben, en Mijn geboden onderhouden.
Exodus 20:3 t/m 6

Weet je nog? Door de wet leert het volk Israël zichzelf kennen. Ze kunnen die wet alleen maar overtreden.

En wat had God gezegd?
Ik, de Heere jullie God, ben een ijverig God, Die de misdaad van de vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde, en aan het vierde lid degenen, die Mij haten; En doe barmhartigheid aan duizenden degenen, die Mij liefhebben, en Mijn geboden onderhouden. Exodus 20: 5 en 6

God bezoekt de misdaden!
Toen sprak de Heere tot Mozes: Ga heen, klim af! want uw volk, dat u uit Egypteland opgevoerd hebt, heeft het verdorven.
En zij zijn haast afgeweken van den weg, die Ik hun geboden had, zij hebben zich een gegoten kalf gemaakt; en zij hebben zich voor hetzelve gebogen, en hebben het offerande gedaan, en gezegd: Dit zijn uw goden, Israël, die u uit Egypteland opgevoerd hebben.
Verder zei de Heere tot Mozes: Ik heb dit volk gezien, en zie, het is een hardnekkig volk!
En nu, laat Mij toe, dat Mijn toorn tegen hen ontsteekt, en hen verteer; zo zal Ik u tot een groot volk maken. Exodus 32:7 t/m 10

Mozes als typebeeld van Jezus Christus pleit voor het volk Israël.
Maar Mozes aanbad het aangezicht van de Heeren zijn God, en hij zei: O Heere! waarom zou Uw toorn ontsteken tegen Uw volk, hetwelk Gij met grote kracht, en met een sterke hand, uit Egypteland uitgevoerd hebt?
Waarom zouden de Egyptenaren spreken, zeggende: In kwaadheid heeft Hij hen uitgevoerd, opdat Hij hen doodde op de bergen, en opdat Hij hen vernielde van de aardbodem? Keer af van de hittigheid van Uw toorn, en laat het U over het kwaad van Uw volks berouwen.
Gedenk aan Abraham, aan Izak en aan Israël, Uw knechten, aan welke U bij U Zelf gezworen hebt, en hebt tot hen gesproken: Ik zal uw zaad vermenigvuldigen als de sterren des hemels; en dit gehele land, waarvan Ik gezegd heb, zal Ik aan ulieden zaad geven, dat zij het erfelijk bezitten in eeuwigheid.
En het geschiedde de andere dag, dat Mozes tot het volk zei: jullie hebben een grote zonde gezondigd; maar nu, ik zal tot den Heere opklimmen; misschien zal ik een verzoening doen voor uw zonde.
Zo keerde Mozes weder tot den Heere, en zei: Och, dit volk heeft een grote zonde gezondigd, dat zij zich gouden goden gemaakt hebben.
Nu dan, als U hun zonden vergeven zal! maar zo niet, zo delg mij nu uit Uw boek, hetwelk U geschreven hebt. Exodus 32:11 t/m 13 en 30 t/m 32

Genade!
Toen berouwde het de Heere over het kwaad, hetwelk Hij gesproken had Zijn volk te zullen doen.
Exodus 32:14

Prachtig beeld van het evangelie.

1- Ongehoorzaamheid = eigenwillige godsdienst.
2- God kan geen gemeenschap hebben met de zonden = ongehoorzaamheid.
3- Jezus Christus onze voorbidder.

In het oude verbond zien we ontegenzeggelijk de werking van de wet.
Gehoorzaam de wet en je zal leven, op ongehoorzaamheid aan de wet volgt de dood.

Zo bleef Mozes staan in de poort van het leger, en zei: Wie den Heere toebehoort, komt tot mij! Toen verzamelden zich tot hem al de zonen van Levi.
En hij zei tot hen: Alzo zegt de Heere, de God van Israël: Een iedereen doe zijn zwaard aan zijn heup; gaat door en keert weder, van poort tot poort in het leger, en iedereen dode zijn broeder, en elk zijn vriend, en elk zijn naaste!
En de zonen van Levi deden naar het woord van Mozes; en er vielen van het volk, op die dag, drie duizend man. (onthoud dit gegeven)
Want Mozes had gezegd: Vult heden jullie handen de Heere; want elk zal zijn tegen zijn zoon, en tegen zijn broeder; en dit, opdat Hij heden een zegen over jullie geeft! Exodus 32:26 t/m 29

Wanneer kon God Zijn zegen geven aan de zonen van Levi? Toen het volk dat de Heere niet toebehoorde uitgeroeid was!

Begrijpen we dit echt?
Dit volk had zich bekeerd, weggegaan uit Egypte, door de Schelf zee gegaan, was verlost, en toch moesten 3000 Israëlieten omgebracht worden vanwege hun zonden = ongehoorzaamheid.

Nu kunnen we de al eeuwenlange zo brandende vraag stellen.

EENS GERED, ALTIJD GERED?
En ik wil niet, broeders, dat jullie onwetende zijn, dat onze vaders allen onder de wolk waren, en allen door de zee doorgegaan zijn;
En allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee;
En allen dezelfde geestelijke spijs gegeten hebben;
En allen dezelfde geestelijken drank gedronken hebben; want zij dronken uit de geestelijke steenrots, die volgde; en de steenrots was Christus.
Maar in het meerder deel van hen heeft God geen welgevallen gehad; want zij zijn in de woestijn neer geslagen.
En deze dingen zijn geschied ons tot voorbeelden, opdat wij geen lust tot het kwaad zouden hebben, gelijkerwijs als zij lust gehad hebben.

Je hebt die uitdrukking vast wel eens gehoord, wat impliceert dat na wedergeboorte je veilig bent voor de eeuwigheid, wat er nu ook gebeurt je bent zalig, je ticket naar de hemel is bemachtigd.
Of anders gezegd, je hebt een groen vinkje.

Is dat zo, is wederom geboren zijn een groen vinkje, geslaagd voor het examen.
Nee, geen sprake van groen vinkje, of ticket naar de hemel!

Paulus zegt in Romeinen 10:9 ‘Als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is en uw hart gelooft dat God hem uit de dood heeft opgewekt, zal u worden gered’.

De schrijver van het boek Hebreeën zegt in Hebreeën 3:12 en 13 ’ Ziet toe, broeders, dat niet te eniger tijd in iemand van u zij een boos, ongelovig hart, om af te wijken van de levenden God;
Maar vermaant elkander te allen dage, zolang als het heden genaamd wordt, opdat niet iemand uit u verhard worde door de verleiding de zonde’.

Johannes schrijft in Johannes 15:1 t/m 6 Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de landman. Elke rank aan Mij, die geen vrucht draagt, neemt Hij weg, en elke die wel vrucht draagt, snoeit Hij, opdat zij meer vrucht draagt. Jullie zijn nu rein om het woord, dat Ik tot jullie gesproken heb; blijft in Mij, gelijk Ik in u. Evenals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet aan de wijnstok blijft, zo ook jullie niet, als jullie in Mij niet blijft. Ik ben de wijnstok, jullie zijn de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen. Wie in Mij niet blijft, is buitengeworpen als de rank en is verdord, en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur en zij worden verbrand.

Je bent in de wijnstok, weder geboren. Als je niet in Hem (de wijnstok) blijft word je buitengeworpen, je verdord, en in het vuur geworpen. Het is niet God die je losmaakt van Hemzelf, nee, de gelovigen blijven niet in Hem!

Maar de Geest zegt nadrukkelijk, dat in latere tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, doordat zij dwaalgeesten en leringen van boze geesten volgen, … 1 Timotheüs 4:1

Kinderen, het is de laatste ure; en gelijk jullie gehoord hebben, dat er een antichrist komt, zijn er nu ook vele antichristen opgestaan, en daaraan onderkennen wij, dat het, het laatste uur is. Zij zijn van ons uitgegaan, maar zij waren uit ons niet; want als zij uit ons geweest waren, zouden zij bij ons gebleven zijn: maar aan hen moest openbaar worden, dat niet allen uit ons zijn. 1 Johannes 2:18–19

Bij Wedergeboorte is er geen sprake van groen vinkje, of ticket naar de hemel!
Een broeder zal zijn broeder overleveren tot de dood en een vader zijn kind, en kinderen zullen opstaan tegen hun ouders en hen ter dood brengen. En jullie zullen door allen gehaat worden om mijn naam wil; maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden. (Mattheüs 10:21–22)

Veertig jaar omzwerven in de woestijn.
Numeri 14

Opnieuw een pijnlijk voorbeeld dat wedergeboorte geen groen vinkje is, maar een wedloop tot de finish!
Ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop tot het einde gelopen, het geloof behouden.
2 Timotheüs 4:7

Bijna! Het beloofde Kanaän in zicht! Vandaag zouden we zeggen `de laatste uren, misschien zelfs wel de laatste minuten.

God gebied Mozes om 12 verspieders te sturen om het land Kanaän te verspieden, wat de God zelf het volk Israël geven zal.

En de Heere sprak tot Mozes, zeggende:
Zend u mannen uit: die het land Kanaän verspieden, hetwelk Ik de kinderen van Israël geven zal; van elke stam zijner vaderen zullen jullie een man zenden, zijnde ieder een overste onder hen.
Numeri 13:1 en 2.

God zelf zal het land Kanaän aan Zijn volk Israël geven.
Maar! 10 verspieders keken niet naar God, maar zagen op hun omstandigheden!
Net als Petrus op de golven.

Maar de mannen, die met hem opgetrokken waren, zeiden: Wij zullen tot dat volk niet kunnen optrekken, want het is sterker dan wij.
Alzo brachten zij een kwaad gerucht voort van het land, dat zij verspied hadden, aan de kinderen van Israël, zeggende: Dat land, door hetwelk wij doorgegaan zijn, om het te verspieden, is een land, dat zijn inwoners verteert; en al het volk, hetwelk wij in het midden van hetzelve gezien hebben, zijn mannen van grote lengte.
Wij hebben ook daar de reuzen gezien, en de kinderen van Enak, van de reuzen; en wij waren als sprinkhanen in onze ogen, alzo waren wij ook in hun ogen. Numeri 13:31 t/m 33

Twee verspieders Jozua en Kaleb hadden begrepen wat God tegen Mozes had gezegd.
Toen stilde Kaleb het volk voor Mozes, en zei: Laat ons vrijmoedig optrekken, en dat erfelijk bezitten; want wij zullen dat voorzeker overweldigen! Numeri 13:30

En het volk van Israël?
Het volk van Israël had een keuze! Een vrije wil.
Ze mogen kiezen tussen het verslag van de 10 verspieders en het verslag van Jozua en Kaleb.
Kijken ze op onmogelijke omstandigheden of bedenken ze de dingen die boven zijn?

Als jij dan met Christus opgewekt bent, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende ter rechter Gods. Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.
Want jij bent gestorven, en jouw leven is met Christus verborgen in God.
Kolossenzen 3:1 t/m 3

Ja! Het volk van Israël was wedergeboren, hun leven was verborgen in God.
Halleluja toch? Nee! Ze bedachten de dingen die op aarde zijn en niet de dingen die boven zijn!

En dat heeft rampzalige gevolgen!
Daarna sprak de Heere tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
Hoe lang zal Ik bij deze boze vergadering zijn, die tegen Mij zijn *murmurerende? Ik heb gehoord de murmureringen van de kinderen van Israël, waarmede zij tegen Mij zijn murmurerende.
Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere, indien Ik ulieden zo niet doe, gelijk als jullie in Mijn oren gesproken hebt!
Uw dode lichamen zullen in deze woestijn vallen; en al uw getelden, naar uw gehele getal, van twintig jaren oud en daarboven, jullie, die tegen Mij gemurmureerd hebt.
Zo jullie in dat land komt, over hetwelk Ik Mijn hand opgeheven heb, dat Ik u daarin zou doen wonen, behalve Kaleb, de zoon van Jefunne, en Jozua, de zoon van Nun. En uw kinderen, waarvan jullie zeiden: Zij zullen ten roof worden! die zal Ik daarin brengen, en die zullen bekennen dat land, hetwelk gij smadelijk verworpen hebt. Maar u aangaande, uw dode lichamen zullen in deze woestijn vallen! En uw kinderen zullen gaan weiden in deze woestijn, veertig jaren, en zullen uw hoererijen dragen, totdat uw dode lichamen verteerd zijn in deze woestijn.
Numeri 14:26 t/m 30

*Murmureren = morren = uit onvrede rumoerig zijn.

Je mag dan wedergeboren zijn, je bent gaan geloven, je hebt je bekeerd, je bent gedoopt en hebt de Heilige Geest ontvangen. Maar dan begint voor jou de loopbaan! Nu komt het erop aan, behoud je geloof! 2 Timotheüs 4:7

Of begin ook jij te morren, ben jij uit onvrede rumoerig tegen over God? Zie jij op jouw omstandigheden en kom ook jij tot de conclusie dat jouw omstandigheden niet eerlijk zijn, en onoverkomelijk. En raak jij zo ontmoedigd dat ook jij terugverlangt naar Egypte, je oude leven.
Begin ook jij God te verzoeken, met jouw levensstijl, gedachtegang van voor je wedergeboorte?

Dat zal rampzalige gevolgen hebben!
Want het is onmogelijk, degenen, die eens verlicht zijn geweest, van de hemelse gave genoten hebben en deel gekregen hebben aan de heilige Geest, en het goede woord Gods en de krachten der toekomende eeuw gesmaakt hebben, en daarna afgevallen zijn, weder opnieuw tot bekering te brengen, daar zij wat hen betreft de Zoon van God opnieuw kruisigen en tot een bespotting maken. Want de grond, die de regen, welke er telkens op valt, indrinkt en gewas voortbrengt, geschikt voor hen, ter wille van wie hij ook bewerkt wordt, ontvangt zegen van God; doch als hij doornen en distels draagt, is hij ondeugdelijk en niet ver van de vervloeking, die uitloopt op verbranding.
Hebreeën 6:4–8

Want als wij opzettelijk zondigen, nadat wij tot erkentenis van de waarheid gekomen zijn, blijft er geen offer voor de zonden meer over, maar een vreselijk uitzicht op het oordeel en de felheid van een vuur, dat de weerspannige zal verteren. Indien iemand de wet van Mozes terzijde heeft gesteld, wordt hij zonder mededogen gedood op het getuigenis van twee of drie personen. Hoeveel zwaarder straf, menen jullie, zal híj verdienen, die de Zoon van God met voeten heeft getreden, het bloed van het verbond, waardoor hij geheiligd was, onrein geacht en de Geest van de genade gesmaad heeft? Want wij weten, wie gezegd heeft: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden! En opnieuw: De Heere zal zijn volk oordelen. Vreselijk is het, te vallen in de handen van de levende God!
Hebreeën 10:26–31

Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.
Want de wet van de Geest tot leven in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet tot zonde en de dood. Romeinen 8:1 en 2

De wet dood.
En de zonen van Levi deden naar het woord van Mozes; en er vielen van het volk, op die dag, drie duizend man. Exodus 32

De Geest maakt levend.
En met veel meer andere woorden betuigde hij, en vermaande hen, zeggende: Wordt behouden van dit verkeerd geslacht!
Die dan zijn woord gaarne aannamen, werden gedoopt; en er werden op die dag tot hen toegedaan omtrent drie duizend zielen.
En zij waren volhardende in de leer van de apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking van het brood, en in de gebeden. Handelingen 2:40 t/m 42

Duidelijker kan het niet!
Wet tegen over Geest. Oude verbond tegen over Nieuwe Verbond.

Doortocht door de Jordaan.
Tweede generatie gedoopt in Jozua = beeld van Jezus.
Romeinen 8

Opnieuw staat het volk Israël voor de Jordaan, op het punt Kanaän in te nemen.

Jozua zei ook tot het volk: Heiligt u! want morgen zal de Heere wonderheden in het midden van jullie doen. Jozua 3:5

Komt dit je niet bekend voor?
En Ik zal Farao’s hart verstokken, dat hij hen najaagt; en Ik zal aan Farao en aan al zijn heir verheerlijkt worden, alzo dat de Egyptenaren zullen weten, dat Ik de Heere ben. En zij deden alzo.
Exodus 14:4

Want de Heere had tot Jozua gezegd: Deze dag zal Ik beginnen u groot te maken voor de ogen van heel Israël, opdat zij weten, dat Ik met u zijn zal, gelijk als Ik met Mozes geweest ben.
Jozua 3:7

GOD IS EEN GOD VAN WONDEREN!
Jullie dan zullen de priesters, die de ark van het verbond dragen, gebieden, zeggende: Wanneer jullie komt tot aan het uiterste van het water van de Jordaan, staat stil in de Jordaan.
Want het zal geschieden, met dat de voetzolen van de priesters, die de ark van de Heere, de Heere van de hele aarde, dragen, in het water van de Jordaan zullen rusten, zo zullen de wateren van de Jordaan afgesneden worden, te weten de wateren, die van boven afvlieten, en zij zullen op een hoop blijven staan.
En het geschiedde, toen het volk vertrok uit zijn tenten, om over de Jordaan te gaan, zo droegen de priesters de ark van het verbond voor het aangezicht van het volk.
En als zij, die de ark droegen, tot aan de Jordaan gekomen waren, en de voeten van de priesters, dragende de ark, ingedoopt waren in het uiterste van het water (de Jordaan nu was vol al de dagen van de oogsten aan al haar oevers);
Zo stonden de wateren, die van boven afkwamen; zij rezen op een hoop, zeer verre van de stad Adam af, die ter zijde van Sarthan ligt; en die naar de zee het vlakken veld, te weten de Zoutzee, afliepen, vergingen, zij werden afgesneden. Toen trok het volk over, tegenover Jericho.
Maar de priesters, die de ark van het verbond van de Heeren droegen, stonden steevast op het droge, in het midden van de Jordaan; en heel Israël ging over op het droge, totdat al het volk geëindigd had door de Jordaan te trekken. Jozua 3:8 en 13 t/m 17

Komt ook dat je niet bekend voor?
Toen Mozes zijn hand uitstrekte over de zee, zo deed de Heere de zee weggaan, door een sterken oostenwind, die hele nacht, en maakte de zee droog, en de wateren werden gekliefd.
En de kinderen van Israëls zijn ingegaan in het midden van de zee, op het droge; en de wateren waren hun een muur, aan hun rechter hand en aan hun linkerhand. Exodus 14: 21 en 22

*Theologisch gezien beseft Israël dat zijn muren pas echt veilig zijn als de Heer ervoor en erachter staat (Jes. 49:16). De veilige muur is teken van Gods nabijheid. Zijn bescherming is afhankelijk van Israëls trouw aan de Tora.
Ook is de muur beeld van goddelijke kracht, die bescherming biedt tegen verdrukking en benauwdheid (Jes. 25:4). Een muur kan zowel letterlijk als overdrachtelijk ervaren worden, zoals de muur van water bij de doortocht door de Schelf zee. Deze watermuur is bescherming voor de een en bedreiging voor de ander (Ex. 14:22,29). Zelfs wordt God gezien als een muur van vuur, dat wil zeggen: geen bedreiging van buitenaf (Zach. 2:5)
*Theologie.nl

Zeer kort!
De Rode Zee, Schelf zee, Riet zee, is een beeld van de doop, de dood en opstanding met de Heer Jezus (Rom. 6:10) waardoor we bevrijd zijn van de macht van de zonde. Het volk Israël komt na de Rode Zee in de woestijn en dat is wat de wereld voor ons na onze bekering is geworden. De Jordaan is ook een beeld van de doop waardoor we in het hemelse land zijn gekomen. Het land is een beeld van de hemelse gewesten, waar we gezegend zijn, met alle geestelijke zegeningen.

Gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in de hemel in Christus. Efeze 1:3

We zijn burgers van de hemel geworden. Het beloofde Kanaän.

Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus; Die ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat hetzelve gelijkvormig word aan Zijn heerlijk lichaam, naar de werking, waardoor Hij ook alle dingen Zich zelven kan onderwerpen.
Filippenzen 3:20 en 21

Door de Schelf zee en de Jordaan, wederom geboren, betekend strijd om in te gaan!
Niet zien op de omstandigheden (reuzen), maar de dingen bedenken die boven zijn, het zien op Jezus!

De goede strijd strijden.
Maar jij, o mens van God, vlied deze dingen; en jaag naar gerechtigheid, godzaligheid, geloof, liefde, lijdzaamheid, zachtmoedigheid.
Strijd de goeden strijd van het geloof, grijp naar het eeuwige leven, tot hetwelk jij ook geroepen bent, en de goede belijdenis beleden hebt voor vele getuigen.
Ik beveel je voor God, Die alle ding levend maakt, en voor Christus Jezus, Die onder Pontius Pilatus de goede belijdenis betuigd heeft,
Dat jij dit gebod houdt, onbevlekt en onberispelijk, tot op de verschijning van onzen Heere Jezus Christus;
Welke te Zijner tijd vertonen zal de zalige en alleen machtige Heere, de Koning der koningen, en Heere der heren;
Die alleen onsterfelijkheid heeft, en een ontoegankelijk licht bewoont; Dewelken geen mens gezien heeft, noch zien kan; Welken zij eer en eeuwige kracht. Amen.

Jakobus 2:17
Alzo ook het geloof, indien het de werken niet heeft, is bij zichzelf dood.

En nu, wat wacht je nog? Sta op, en laat je dopen, en je zonden afwassen, aanroepende de Naam van de Heere. Handelingen 22:16

Dit is een studie van Nicky en Amasja Moolenaar.

Geraadpleegde bronnen: Bijbel (S.V.), Studiebijbel, Jezusisvrijheid.nl, Getallen in de Bijbel van Dr. E.W. Bullinger, Israëlendebijbel.nl, Kingcomments.com, Wakeup.nu, Wikipedia.nl, Encyclo.nl en Huisgemeente Zeeland.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *