Offeren, aanbieden

Werkwoorden in de Bijbel. 36
De Bijbel is een boek wat vol staat met werkwoorden.
Dus wat we kunnen onderstrepen is dat de Bijbel een doe-boek is.

Het werkwoord van vandaag is offeren. Een offer brengen.

En het geschiedde aan het einde van enige dagen, dat Kain van de vrucht van het land de HEERE offer bracht. Genesis 4:3

Een ander woord voor offeren is aanbieden.

Vanuit de grondtekst (Hebreeuws) staat het er zo:
En het was aan einde van dagen en Kain bracht van de vrucht van de aardbodem een offergave aan de HEERE.

De grondtekst spreekt over een offergave (Minha). Dat is een vrijwillig offer.

Het gaat nu te ver om alle soorten offers te behandelen, maar we zien wel een mooie lijn naar de Heere Jezus Christus die Zich vrijwillig gaf, als offer voor de zonden (ongehoorzaamheid) van de mensen.

Voor een studie over de offers verwijs ik je graag naar onderstaande link

De Tabernakel – het zien op Jezus.

Natuurlijk denken we ook aan het offer wat Abraham moest brengen in het land Moria op een van de bergen. Waar hij zijn eerstgeboren zoon Izaäk moest offeren.
(Genesis 22:1 t/m 19)
Alhoewel dit offer direct een profetie was naar het offer van de Heere Jezus, was dit geen vrijwillig offer. Abraham kreeg opdracht om zijn zoon te offeren.

Daarom richten wij meteen onze blik op Jezus Christus die wel vrijwillig het offerlam werd voor onze zonden. Een offer vanuit liefde!

Waar blijkt dat nu uit dat Het offer van de Heere Jezus vrijwillig was?

Jesaja profeteert van de vrijwilligheid waarmee Jezus het leiden ondergaat.
De Heere HEERE heeft Mij het oor geopend, en Ik ben niet weerspannig, Ik wijk niet achterwaarts.
Ik geef Mijn rug degenen, die Mij slaan, en Mijn wangen degenen, die Mij het haar uitplukken; Mijn aangezicht verberg Ik niet voor smaadheden en spraak.
Jesaja 50:5 en 6

En Jezus, roepende met grote stem, zei: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En als Hij dat gezegd had, gaf Hij den geest. Lukas 23:46

Daarom heeft mij de Vader lief, overmits Ik Mijn leven afleg, opdat Ik hetzelve wederom neem.
Niemand neemt hetzelve van Mij, maar Ik leg het van Mijzelf af; Ik heb macht hetzelve af te leggen, en heb macht hetzelve wederom te nemen. Dit gebod heb Ik van Mijn Vader ontvangen.
Johannes 10:17 en 18

Jezus gaf zich vrijwillig over uit gehoorzaamheid aan Zijn Vader; Hij zei: De drinkbeker, die Mij de Vader gegeven heeft, zal ik die niet drinken? (Johannes 18:11b)

Jezus liet Zich vrijwillig binden en gevangen nemen, en liet zijn discipelen weggaan / vrij uitgaan.
Johannes 18:8 en 9
Jezus heeft de straf op onze zonden gedragen, zodat ook wij vrijuit mogen gaan.

De Heere Jezus was een levend offer, en gaf Zich vrijwillig voor jou en mij.
Ook wij mogen onszelf in gehoorzaamheid aan Hem als een levend offer ons leven offeren

Ik bied u dan, broeders, door de ontfermingen Gods, dat wij onze lichamen stelt tot een levende, heilige en God welbehagelijke offerande, welke is onze redelijke (fundamentele) godsdienst.
En wordt deze wereld niet gelijkvormig; maar wordt veranderd door de vernieuwing van uw gemoed (denken), Opdat wij mogen beproeven, welke de goede, en welbehaaglijke en volmaakte wil van God is. Romeinen 12:1

Paulus vergelijkt het nieuwe leven met het aanbieden van een offer aan God. De offers die gelovigen moeten stellen (aanbieden, brengen) zijn hun lichamen. (hier in de zin van hunzelf, de gehele mens)
Dit offer noemt Paulus levend, heilig en welgevallig voor God.
Levend omdat het offer niet bestaat uit het doden van een offerdier. Maar uit een voortdurend toegewijd leven.
Heilig, omdat dit leven is afgezonderd voor God, het is Zijn eigendom geworden.
Welgevallig voor God, is oorspronkelijk een term uit de oudtestamentische offerdienst; aan het offerdier mocht geen enkel gebrek zijn. In het Nieuwe Testament heeft welgevallig echter een meer ethische betekenis. (welgevallige daden)

Dan voegt Paulus toe, uw redelijke eredienst. Het woord latreia betekend dienst (aan God).
Met het woord logicos, tot de reden behorende, redelijk, lijkt Paulus te willen aangeven dat ons dienen van God of op redelijke gronden steunt of geestelijk is, in ieder geval niet slecht uit uiterlijkheden bestaande, en zodanig de behoefte van verstand en hart bevredigt.

Onze redelijke godsdienst is een offer, een overgave aan God elke dag elk moment. Je moet je leven en lichaam heilig overgeven aan God, als een levend offer.
Praktisch: we komen bij God, leggen ons zelf (lichaam en geest) op het altaar, we bieden het God aan en belijden: hier is ons leven, alles wat ik denk, uitspreek, en doe, hier zijn wij helemaal, al onze dagelijkse werkzaamheden, dromen, plannen, geld, ambities, en bezittingen. Alles is voor U. Hier ben ik. Ik wil heilig zijn, omdat ik geheiligd ben. Ik wil dat mijn dagelijkse leven U verheerlijkt en een overgave is aan U. Dat is onze redelijke godsdienst (eredienst) als we ons leven zo dagelijks aan God overgeven. Dat is een levend offer zijn, ons lichaam en geest overgeven in aanbidding en gehoorzaamheid aan God.

De enige waarheid = Jezus heeft jou vrijgemaakt!

Bronnen: Bijbel (S.V.), Studie Bijbel en levenslicht.org

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.