Straffen 2


Werkwoorden in de Bijbel. Straffen 2
De uitwerking.

De Bijbel is een boek wat vol staat met werkwoorden.
Dus wat we kunnen onderstrepen is dat de Bijbel een doe-boek is.

We gaan verder met een vraag gesteld door een volgster van deze pagina.
De vraag is al volgt; In Jesaja 53 leert Gods Woord ons dat De Heere Jezus de straf op onze zonde heeft gedragen. Die straf was op Hem.
En niet alleen onze straf maar de straf van de gehele wereld. 1 Johannes 2
Nu leert Gods Woord ons in Hebreeën 12 Dat God ons kastijdt en geselt.
Hoe verhouden deze twee tekstgedeeltes zich met elkaar?

Dit is een goede vraag en natuurlijk gaan wij graag op deze vraag in en zullen we samen ontdekken wat de derde tekst is die deze twee Schriftgedeeltes verbind.

Hebreeën 12:6 daar staat:
Want die de Heere liefheeft, kastijdt Hij, en Hij geselt iedere zoon, die Hij aanneemt.

De verbindende tekst tussen Jesaja 53:5 en Hebreeën 12:6 is Jeremia 2:19 waar staat:
Jouw! boosheid zal je kastijden, en jouw! afkeringen zullen je straffen; weet dan en ziet, dat het kwaad en bitter is, dat jij de HEERE, jouw God, verlaat, en Mijn vreze niet bij je is, spreekt de Heere, de HEERE der heirscharen. (HEER van de hemelse legermachten)

We zijn vorige keer geëindigd met de quote:
NEE! GOD STRAFT NIET! HET ZIJN JOUW EN MIJN KEUZES DIE ONS STRAFFEN, KASTIJDEN EN GESELEN!

Je kan je de vraag stellen: zijn ziekten, tragische gebeurtenissen en het kwijt raken van banen of geliefden het werk van God voor ons welzijn? Wil God ons een lesje leren door ons dit allemaal te laten overkomen?
Als we dit nu echt vanuit ons hart geloven waarom doen we er dan alles aan om zo snel mogelijk beter te worden, hulp in te schakelen bij tragische gebeurtenissen en werk te zoeken als we onze baan zijn kwijt geraakt? Dan zijn we toch eigenlijk niet eerlijk en proberen we de les die God ons leert te ontlopen?
Ja, maar een aardse vader straf zijn kinderen toch ook als ze ongehoorzaam zijn?
Dus wil je nu zeggen dat een aardse vader zijn kind doodziek maakt (in sommige gevallen overlijd het kind) of zorgt dat het kind zijn baan kwijt raakt, of er voor zorgt dat zijn kind zijn / haar geliefde overlijd? Omdat zijn kind nu eenmaal ongehoorzaam is geweest? Ben jij zo een vader of moeder?

Als je dat vraagt dan deinzen de vraagstellers terug en verwijten mij dat ik dit nooit zo mag zeggen!
Nee, nu niet! Maar onze hemelse Vader (Die Zijn Eigen Zoon niet spaarde om voor ons de straf te dragen) die gaat wel zo met zijn kinderen om? Onze hemelse Pappa die de straf op de zonde op Zijn Zoon gelegd heeft en Zijn Zoon gestriemd heeft voor ons lichamelijk herstel, vindt Zijn lust is het blijven straffen van de zonde? Zowel lichamelijk als geestelijk?

DUS HET OFFER VAN DE HEERE JEZUS WAS NIET GENOEG! TOCH NIET VOOR ALLE ZONDEN BETAALD?
Begrijp je? Dit druist zo in tegen de context van heel het Woord van God.

Lees Hebreeën 10:4
Want met een offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen, die geheiligd worden.

Einde van alle tegenspraak! Dat ene offer van de Heere Jezus Christus was voldoende! Om diegene te volmaken, die geheiligd worden. Die straf, dat oordeel wat op de Heere Jezus is gelegd was voldoende! In eeuwigheid voldoende! Zelfs om diegene te volmaken die geheiligd worden.
Ons proces van Heiliging heeft geen lichamelijke straf nodig!

We gaan nu dieper op dit vers in.
Hebreeën 12:6 daar staat:
Want die de Heere liefheeft, kastijdt Hij, en Hij geselt iedere zoon, die Hij aanneemt.

De woorden straffen, kastijden en geselen betekenen trainen, onderwijzen, opvoeden, onderwijzen en disciplineren.

We laten de context hiervan zien:
Lees Efeze 6:4 waar staat:
En, jullie vaders, wekt uw kinderen niet tot toorn; maar VOED ZE OP in de zorg EN VERMANING van de Heer.

Nurture is hetzelfde Griekse woord gebruikt voor kastijden en geselen in Hebreeën 12.

*1 Vanuit het Oude Grieks Word Hebreeën 12:6 en 7 zo vertaald:
Want wie door de Heer word geliefd, wordt door Hem… vermaand! En Hij neemt kinderen *apart in wie Hij vreugde vindt.
Verdraag daarom vermaning omdat God met jullie zoals met kinderen handelt. Want is er een zoon van wie zijn vader hem niet vermaand?
Hebreeën 12:9 Als onze fysieke vaders ons hebben vermaand en gecorrigeerd; hoeveel meer moeten we ons onderwerpen aan onze spirituele Vader en leven?

Dus het Oude Grieks noemt de woorden vermanen, apart nemen en corrigeren.
*Apart nemen: 1085 (Nagad) O.a. `straffen`, `leiden`, `afzonderen`.

*1 Bron Het Nieuwe testament volgens de Peshitta Editie.

Alle Schriftuur is door God ingegeven en is nuttig voor leerstellingen, terechtwijzing, correctie en instructie in gerechtigheid. – 2 Timotheüs 3:16

Instructie is hetzelfde woord. Daarom verwijst het Bijbelse concept van kastijden naar de instructie, verzorging en vermaning van de Heer door middel van Zijn Woord!
Terwijl Gods correctie, lichamelijke straf (vloeken) omvatte onder het Oude Verbond, is Zijn correctie onder het Nieuwe Verbond door middel van het Woord `opdat de man van God volmaakt moge zijn, grondig toegerust tot alle goede werken`(2 Timotheüs 3:17).

Nog een keer voor de duidelijkheid

In Hebreeën 12:5 t/m 11 roept Paulus op om de vermaning c.q. terechtwijzing niet naast je neer te leggen, want hiermee laat God zien, dat je Zijn zoon bent. Paulus citeert in vers 5 en 6 uit Spreuken 3.
Mijn zoon, verwerp de vermaning van de HEERE niet en heb geen afkeer van Zijn bestraffing. Want de HEERE straft wie Hij liefheeft, zoals een vader doet met de zoon die hij goedgezind is
(Spreuken 3:11-12).
De gelovigen worden door God bestraft. Het gaat hier niet over straf omdat je iets verkeerd doet, maar het gaat over opvoeding (De Griekse woorden die hier gebruikt worden zijn παιδευω en παιδεια – pai’deuo / pai’deia en betekenen opvoeden, corrigeren, onderwijzen, bestraffing tot verbetering). Hij doet dit tot ons nut, opdat wij deel krijgen aan Zijn heiligheid. Als God dit niet zou doen, zouden wij bastaards (vreemdelingen) zijn en geen zonen.

Tuchtiging wordt vaak verkeerd begrepen vanwege onze verkeerde opvattingen over God! Als we Hebreeën hoofdstuk 12 in zijn context bestuderen, zien we dat de auteur van Hebreeën het niet heeft over God die slechte dingen onze kant op stuurt, maar dat hij de lezers aanspoort, corrigeert en instrueert om verleiding te weerstaan en de genade van God niet te misbruiken.
(Hebreeën 12: 4, 14 en 15).

Hebreeën 12:4, 14 en 15 waar we lezen
Jullie hebben nog tot *bloedens toe niet tegengestaan (Grieks: weerstand geboden), strijdende tegen de zonde (ongehoorzaamheid); Jaagt de vrede na met allen, en de heiligmaking, zonder welke niemand de Heere zien zal; Toeziende, dat niet iemand verachtere van de genade Gods; dat niet enige wortel van bitterheid, opwaarts spruitende, beroerte maakt en door dezelve velen verontreinigd worden.

* U hebt nog niet tot bloedens toe weerstand geboden in uw strijd tegen de zonde (Hebreeën 12:4).

Vroeger sloeg men zichzelf tot bloedens toe, om zo de zonde als het ware er uit te slaan. Tegenwoordig zie je vaak dat mensen hun uiterste best doen om maar niet te zondigen. Helaas mislukt dit dagelijks en deze gelovigen gaan dan ook vaak gebukt onder deze last. Met alle beloften die wij hebben ontvangen en de vrijheid waarin wij gezet zijn kan dit niet de strekking van dit vers zijn. Het gaat niet om de dagelijkse zonden die wij helaas nog steeds doen. Gelukkig wil de Heere Jezus die telkens weer vergeven (Johannes 8:11, Johannes 1:9, Romeinen 3:23 en 24) en mogen wij leven uit genade (gratie).

Hoe zouden wij dit vers dan moeten lezen?
Als wij Hebreeën 11 en de eerste 3 verzen van hoofdstuk 12 lezen, dan zien wij dat de getuigen in alle omstandigheden vasthouden aan hun geloof. Zij laten zich niet door de omstandigheden verleiden tot het aan de kant zetten van het geloof. Zij blijven vaststaan. Paulus roept ons in dit vers op om ook vast te blijven staan in het geloof, ondanks de omstandigheden. Wat het ook kost. Ook al kost het ons het leven. Paulus wijst ons op Jezus Christus. Hij is de `Leidsman en Voleinder van het geloof`. Er staat dat Hij de hoogste of voornaamste Leider (αρχηγος – arche’gos) van het geloof is en dat Hij Degene is Die het geloof voltooid of vervuld (τελειωτης – teleio’tes;) heeft. Deze Jezus heeft alles over zich heen laten komen, diepe vernederingen en zelfs de kruisiging. Hij was God, Zijn Vader, gehoorzaam tot de dood (Filippenzen 2:8). Wij hebben in deze brief al een paar keer gelezen dat er gelovigen waren die het geloof in de genade van Jezus Christus de rug toe keerden. En telkens spoort Paulus de gelovigen aan om het geloof vast te houden.

De kastijding van de Heer is de aansporing om verleiding te weerstaan en is vergelijkbaar met een kind dat door zijn vader wordt gestraft. Als we verleiding weerstaan, is dat vaak een strijd. De oude mens wil één ding; de opnieuw geboren geest wil een andere. Verleiding weerstaan is niet prettig, maar het zal vruchten afwerpen.
Maar indien jij zonder tuchtiging bent, waaraan iedereen deel heeft, dan ben jij een bastaard (Grieks, vreemdeling), en geen zoon. – Hebreeën 12:8

We sluiten af:
Nog een keer, het woord tuchtiging verwijst naar de instructie, correctie, discipline en koestering van het Woord van God! Diegenen die geen acht slaan op het Woord en de verleiding niet weerstaan, zijn niet als zonen. Zonen ondergaan de kastijding, instructie, correctie, discipline, en koestering van een vader; vreemdelingen niet, aangezien ze geen relatie hebben met die vader.

Bronnen: De Bijbel (S.V.) Het Nieuwe Testament volgens de Peshitta Editie, Charisbiblecollege en op grond van de Bijbel.nl

De enige waarheid = Jezus heeft jou vrijgemaakt!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.